De kerk van Zonnebeke vóór, tijdens en na W.O.
I
De vooroorlogse kerk van Zonnebeke, zicht vanuit de Langemarkstraat.
Het koor met het kleine torentje dateerde van 1769. Het werd
gebouwd onder abt Johannes de Vos tijdens de bloeitijd van
de abij. Met de Franse bezetting werd de kerk niet afgewerkt,
integendeel de marmerbevloering en het prachtig gesculpteerde
koorgestoelte werden weggehaald.

Zicht op de half vernielde kerk van Zonnebeke in 1917. Tijdens
de derde slag van Ieper in de zomer en herfst van dat jaar
zou de kerk totaal in puin geschoten worden evenals alle andere
nog overeind gebleven gebouwen in het centrum.

Tussen de jaren 1985 en 1991 werden in opdracht van het gemeentebestuur
archeologische opgravingen verricht naast het kerkgebouw teneinde
de verschillende bouwfasen van de voormalige Augustijnenabdij
bloot te leggen. Men vond er de grondvesten van vier opeenvolgende
kerkgebouwen. Om die restanten beter te bewaren werd achteraf
alles weer dichtgemaakt en de vondsten werden ter plaatse
uitgetekend in een archeologische tuin.

Tijdens de opgravingen stootte men op houten balken en treden
die afdaalden naar een militaire schuilplaats uit de eerste
wereldoorlog. Er werden drie zulke ingangen blootgelegd en
voorlopig afgedekt met een zware plaat op een rechthoekig
raam, als voorzorg tegen al te nieuwsgierige personen, vooral
kinderen.

Tijdens de 2de wereldoorlog liet pastoor Gerard Lammens rond
de kerk van Zonnebeke 7 "staties" bouwen met taferelen
uit het leven van de H. Johannes de Doper. De plaatselijke
kunstschilder Maes zorgde voor een kleurrijke uitbeelding.
Het was de bedoeling dat de moeders met hun kinderen biddend
van de ene naar de andere " statie " gingen. Maar
die ommegang ging stilaan verloren en verdween helemaal toen
het parkeerterrein naast de kerk werd aangelegd.

De O.L. Vrouwkerk van Zonnebeke was de eerste moderne kerk
in België. De kerk werd voltooid in 1924. Architect Huib
Hoste, die in zijn moderne opvattingen geremd was door een
conservatief kerkbestuur, zag zich verplicht hoogvensters
te voorzien om te voldoen aan de eis van de pastoor om een
romaanse kerk te tekenen. De losstaande toren is 45 m hoog,
het kerkgebouw zelf is 22,5 m diep. De omheiningsmuur paste
niet in dit modern geheel en werd na de tweede wereldoorlog
afgebroken.
Omwille van de lekkende daken op de pastorie, moest men na
enkele jaren schuine pannendaken plaatsen.

De na-oorlogse pastorie gebouwd in 1922. Moderne architectuur
van Huib Hoste. Opeenstapeling van kubussen - platte daken
- rechthoekige ramen.
In de achtergrond het nieuwe kasteel van Iweins, dat in een
Normandische stijl werd opgetrokken.

Huib Hoste en de wederopbouw te Zonnebeke
Huib Hoste aangesteld als architect van de O.L.Vrouwkerk
van Zonnebeke.
"De wederopbouw moest vlugger geschieden en er werd
beslist voor groepen van twee of drie gemeenten een architect
aan te stellen. Zo kreeg ik o.m. Zonnebeke toebedeeld en de
jonge " front-pastoor " gaf mij de opdracht een
nieuwe kerk te bouwen in plaats van de totaal vernielde. Het
moest een romaanse kerk zijn, zo luidde de opdracht. "
Dus met zware muren en spaarzame openingen " vroeg ik.
" Neen, een kerk met ronde bogen ", luidde het antwoord.
Mijn ontwerp werd in het bisdom goedgekeurd en ik zal niet
vertellen op welke wijze wij de commissies hebben kunnen uitschakelen.
Ik heb de pastoor een kerk gegeven met ronde bogen, met een
gewapend betondak, van binnen zichtbaar, met de toren naast
de kerk, enz. De pastoor was eigenlijk niet erg tevreden ;
hij liet rond de kerk een banale afsluitingsmuur bouwen in
plaats van degene die ik getekend had en, het hoofdaltaar
uitgezonderd, liet hij de meubels door anderen en in een heel
andere geest ontwerpen en uitvoeren. Doch heel wat pastoors
die een nieuwe kerk moesten bouwen gingen Zonnebeke bezoeken,
spraken er met veel lof over, wilden alleen een kerk in dien
aard en
gaven de opdracht aan anderen".
(H.Hoste, Evolutie naar de Moderen Architectuur, in "
Streven ", augustus-september 1957)
Huib Hoste
een voorloper in de architectuur.
Rondbogen, gewapend beton en een vrijstaande toren waren
zeer dankbare architectuurelementen voor wat Huib Hoste (1881-1957)
in de jaren twintig wenste te ontwerpen. De sfeer van een
ruimte uitdrukken via een stapeling en ineenstrengeling van
vlakken en volumes en het in ere herstellen van het volume
in de architectuur karakteriseren die bouwperiode in Vlaanderen
waarin Hoste als een voorloper kan beschouwd worden.
1919
Huib Hoste wordt aangesteld voor Zonnebeke.
"Onze bloeiende gemeente kan niet begraven blijven.
Met noeste vlijt zullen wij werken voor de terugkeer en de
heropbouw" schrijft de jonge priester Gerard Lammens
na zijn eerste bezoek in april 1919 aan het totaal verwoeste
Zonnebeke.
Eind 1919 zijn reeds 217 Zonnebekenaars teruggekeerd en zoeken
er midden de wildernis een nieuw bestaan op te bouwen.
De huisvesting wordt het hoofdprobleem ! Om de heropbouw
te bespoedigen en tevens de wildgroei en wanorde enigszins
te beperken en in banen te leiden, verdeelt de regering de
streek der verwoeste gewesten in verschillende zones. Zonnebeke
heeft reeds op 10 juli 1919 (eerste na-oorlogse gemeenteraadszitting)
de aanneming door de staat gevraagd, en wordt bij Geluveld
en Geluwe ingedeeld. Door de overheid wordt op 17 juli 1919
Huib Hoste als architect-urbanist voor dit gebied aangesteld.
Hoste heeft reeds meerdere opdrachten in de frontstreek uitgevoerd
: Roeselare, Wervik (o.a. een winkel in de Nieuwstraat : voor
het eerst in België wordt hier de skeletbouw in gewapend
beton toegepast) , Diksmuide (Casino-hotel op de Grote Markt),
Avelgem, Geluwe (kapel, ouderlingentehuis en oorlogsmonument)
en Geluveld (opdracht om de kerk herop te bouwen).
Het belangrijkste bouwwerk van Hoste in Zonnebeke : de
O.L.Vrouwkerk.
1. Ligging
Alhoewel Hoste na 1914 radicaal moderne bouwopvattingen heeft,
is hij toch steeds een groot bewonderaar en kenner gebleven
van ons bouwkundig erfgoed. In 1920 is hij dan ook voorstander
om de puinen van de vooroorlogse abdijkerk onaangeroerd te
laten ; later kan dan een archeologisch onderzoek volgen.
(De huidige kerk is slechts met de rechterhelft op de puinen
van de vroegere kerk gebouwd.)
Ligging van de kerk van Hoste t.o.v. de vooroorlogse abdijkerk
- aangegeven door stippellijn

Een vriend van pastoor Lammens, Michiel Vervaeke, pastoor
te Passendale, stelt voor de kerk te bouwen op het hoogste
punt van het centrum langs de Maagdestraat (tegenover de vroegere
brouwerij Comyn). De kerkraad beslist echter het gebouw herop
te richten ongeveer op de vroegere plaats. Daar de vroegere
kerk gedeeltelijk ingesloten was door de eigendommen Iweins,
moet grond gekocht of geruild worden met de kasteelheer. Deze
transactie wordt slechts afgesloten in 1925, doch een principieel
akkoord is er reeds vanaf de start van de werken.
2. Hostes opvattingen over het kerkgebouw
"Een kerk mogen bouwen, dit is voor de kristene bouwmeester
de grootste, de prachtigste opdracht. Ik beklaag de architect,
die voor zijn God niets anders ten beste heeft dan een kopie,
dan een afkooksel van andere bouwwerken, die niet bekwaam
is een kerk te ontwerpen die trilt van liefde, die niet poogt
de doelmatigheid na te streven welke wij zien in Gods werk
: de natuur. Waar is de Godseerbied van die architect ?"
Aldus Huib Hoste.
Zijn ontwerp zal dus uitgesproken modern zijn. Een uitzondering
in de frontstreek : overal grijpt men terug naar oude waarden
en vormen. Misschien willen de teruggekeerde bewoners heroprichten
wat ze in 1914 noodgedwongen hebben verlaten ? "België
liet een schone gelegenheid voorbij gaan om in de moderne
bouwkunstvernieuwing een woord mee te spreken. In plaats van
de verwoeste gewesten te herbouwen tot een blijvend teken
van het kunnen van dezen tijd, heeft men, door een vals romantisme
geleid, verkozen het oude, zo goed of kwaad als het ging,
na te bootsen, en is men voortgegaan met nieuwe bouwproblemen
te steken in het keurslijf van het verleden." Door dit
heimwee naar het oude worden dus stelselmatig nieuwe initiatieven
verstikt.
3. Protest tegen nieuwe opvattingen van Hoste
Hoe vijandig men tegenover deze nieuwe opvattingen van Hoste
staat, bewijzen enkele uittreksels uit de briefwisseling van
Hoste met pastoor Delrue van geluveld, waar zijn plannen voor
een moderne kerk herhaaldelijk gewijzigd moeten worden :
"Wij hebben U een gothieke kerk gevraagd, t.t.z. als
overal, vaderlandsch Gothiek. Hier, als in andere plaatsen,
hebt gij aan uw gedacht gehouden, en opgekomen met cubismus
en hollandismus. Welnu, dat zal niet ! Wij als hoogere mannen,
willen geen tweede Zonnebeke. Wij willen het koor drijhoekig,
portaal en voorgevel met drij groote vensters, toren met pin
en geen steenoven, schip geen schuur, zelfs niet van buiten."
(12.12.22)
Uiteindelijk worden te Geluveld Hostes plannen verworpen,
"daar wij ten slotte altijd een kerk als vroeger vroegen,
te weten gothieksch, en niet willen van nieuwsoortige bouwtrant
beklaagd bij voorbeeld te Zonnebeke en verworpen te Becelaere
; en tegen onze eischen in de heer Hoste in zijn laatste plans
nog met kubieke façade en kubieke pinnelooze toren
enz. voorkomt
" (28.01.23)
Hostes ontwerp wordt dus geweigerd, en de plannen definitief
opgeborgen. Deze plannen, bewaard in het archief der K.U.L.
tonen ons een ongewijzigde kubistische vormentaal. Alle vensters
zijn evenwel in spitsboog uitgevoerd, zodat het geheel minder
zwaar aandoet dan in Zonnebeke. Hoste had immers aan het bisdom
en aan de pastoor geen herhaling van Zonnebeke beloofd.
Zoals elders ook zal gebeuren (o.a. te Zonnebeke voor het
gemeentehuis), wordt te Geluveld beroep gedaan op een meer
gematigd architect. Na een aanslepend proces wordt aan Hoste
een kleine schadevergoeding uitbetaald voor het gepresteerde
werk. Op moreel geleden schade wordt echter niet ingegaan
Te Zonnebeke blijkt pastoor Lammens, zoals Hoste zelf schrijft,
niet bijzonder opgetogen met het onwerp. Toch verkrijgt hij
de goedkeuring op het schepencollege van 16 september 1921.
4. 1921 - het begin van de werken - belangrijke archeologische
vondsten
In de nazomer van 1921, onmiddellijk na de goedkeuring van
het ontwerp, wordt het terrein uitgemeten. Funderingen moeten
soms verscheidene meters diep uitgegraven worden wegens de
sterk omwoelde bodem. Vooral de noordzijde, op de plaats van
het vroegere kerkhof, levert moeilijkheden op. Er wordt ook
gewerkt midden de puinhoop van de vroegere abdijkerk. Tijdens
deze werkzaamheden worden, zoals Hoste reeds vermoedde, archeologische
vondsten gedaan van uitzondelijk lokaal belang. Dicht bij
het koor, langs de oostelijke kant, vindt men de funderingen
van een primitief kerkje in veldsteen. Ongetwijfeld gaat het
hier om de overblijfselen van het eerste parochiekerkje uit
1072. Een wetenschappelijk onderzoek vindt niet plaats, omdat
dit teveel vertraging in de werken veroorzaakt.
De puinhoop wordt systematisch afgegraven en een machine
maalt alle brokstukken om in de nieuwbouw te verwerken. Interessante
stukken (gebeeldhouwde marmer- of zandsteenfragmenten uit
de abdijkerk of kerkhof) worden door Hoste opzij gelegd voor
eventueel onderzoek. (Na de voltooiing van het gebouw in 1924
bevinden deze fragmenten zich nog her en der over het terrein
verspreid. Enkele bevinden zich nu nog in het park Iweins.)
5. De eerste steen
Tijdens een kleine plechtigheid wordt op 28 oktober 1921
de eerste steen aan de voet van de toren ingemetseld. De tekst
vermeldt : "Ik dien tot eersten steen voor Jezus' nieuwe
woning - Geen huis, geen hart, niet een - waar hij niet heersche
- als Koning - E.H.G.Lammens pastoor - H.Hoflack voorz. Kerkraad
- E.Priem burgemeester - V.Esquelin com. - H.Hoste bouwmeester"
De eerste steen

6. Instorting dreigt
De werken worden uitgevoerd door de aannemer Raymond Levie
uit Brussel, met depot te Passendale. Het metselwerk neemt
twee jaar in beslag, en pas in september 1923 kan het betonnen
gebinte gegoten worden. Op het ogenblik dat men de houten
bekistingen wegneemt, scheurt de grootste boog boven het koor
(25 september 1923) . Paniekerige reacties volgen : "Instorting
dreigt van koor en sacristij, ja , van heel het kerkgebouw
!"
De bouwwerken worden stilgelegd. Vanuit Brugge raadt men
aan de volledige ruwbouw te slopen. Doch Hoste haalt er een
Luikse ingenieur bij, die een oplossing voorstelt : stalen
trekstangen plaatsen, die de zijmuren op de juiste afstand
zullen houden. Deze elementen worden geleverd en geplaatst
door " La Brugeoise ". Door deze noodoplossing wordt
enigszins de ruimtewerking van het schip verbroken, doch de
werken kunnen verder gaan. Aan de buitenzijde van het koor
worden schuine steunberen gemetseld, die verder onheil moeten
voorkomen. Tevens wordt de beschadigde sacristie afgebroken
en heropgetrokken, met het resultaat dat deur en venster van
plaats verwisselen. Spijts deze aanpassingen zal de Brugse
bisschop Mgr. Waffelaert steeds de kerkwijding blijven uitstellen,
ondanks aandringen van pastoor Lammens. Het zal slechts gebeuren
door zijn opvolger Mgr. Lamiroy, op 8 september 1949
7. De toren
Samen met het kerkschip rijst de toren mee de hoogte in.
Tussen vier palen schuift een ophaalbak op en neer de toren.
Deze lift is de oorzaak van een tragisch ongeval op zaterdag
12 april 1924, wanneer het metselwerk voltooid is. Zeven personen
die naar boven willen trekken om er enkele flessen champagne
te ledigen, worden gedood of levensgevaarlijk gewond wanneer
de lift naar beneden stort.
Op dit tijdstip rest alleen nog de gapende opening, veroorzaakt
door het scheuren van de centrale boog boven het koor, te
voltooien. Een deel van het metselwerk dient terug afgebroken
te worden. Het afwerken gebeurt echter overhaast en slordig,
zodat de sporen nu nog zichtbaar zijn.
8. De eerste eredienst
Ook de binnenafwerking wordt voorlopig in orde gebracht,
en twee maanden later is het gebouw klaar voor de eredienst.
De eerste mis wordt door pastoor Lammens opgedragen op 15
juni 1924. Op dat ogenblik ontbreekt echter nog heel wat aan
het interieur. Een houten stelling, met stof bekleed, vervult
de functie van preekstoel. Deze zal slechts een paar maanden
later geplaatst worden, samen met de afsluitingen van het
koor.
Ook het koorgestoelte ontbreekt, evenals de kalvariegroep
boven het altaar. Deze bronzen figuren in een sobere, lineaire
stijl, zijn het werk van kunstenaar Jules Fonteyne uit Brugge.
Hij ontwerpt ook de statige apostelbeelden, waarvan er aanvankelijk
vier worden geplaatst vooraan in het koor. De overige acht
beelden worden pas in 1939 uitgevoerd en nadien geplaatst.
De bijpassende sokkels, door Hoste ontworpen, zijn typisch
voor zijn bouwopvattingen uit deze jaren. Steeds zoekt hij
dergelijke decoratieve elementen op te nemen.
9. De glasramen
Hoste en Fonteyne ontwerpen ook de glasramen in een aangepaste
stijl. De uitvoering gebeurt door het huis Annijs-Dhondt uit
Brugge (1923-1924). De abstracte motieven (Hoste) worden per
drie gegroepeerd. Tijdens de plaatsing wordt de bedoelde symmetrie
echter niet steeds door de werklieden gerespecteerd. De vormentaal
der apostelbeelden en kalvariegroep vinden wij terug in de
heiligenfiguren van de brandglazen, die in het transept geplaatst
worden.


een van de apostelbeelden in het beeldhouwersatelier. Ontwerp
van Jules Fonteyne.

Het apostelbeeld van Johannes.

hoofdaltaar voor en na de plaatsing van de kalvariegroep
(brons) naar ontwerp van Jules Fonteyne

10. Muurschilderingen
In de jaren dertig brengt men ook monumentale muurschilderingen
aan in het voorste deel van de kerk. Naar stijl te oordelen
is ook Jules Fonteyne de ontwerper ervan. Vooral het brede
panorama van Jeruzalem achter de kalvariegroep, is bijzonder
geslaagd. Het valt te betreuren dat deze fresco's tijdens
de heropfrissingswerken in de jaren '60 werden verwijderd.
Ontegensprekelijk vormden zij een geheel met Hostes architectuur
en de overige binnenversiering ...
Binnenzicht kerk (1946) met muurschilderingen van Jules Fonteyne
- verdwenen in de jaren '60

11. Symmetrie
Bij de versiering moeten wij ook nog het ijzerwerk vermelden,
naar tekeningen van Hoste uitgevoerd door de plaatselijke
smid Emile Larnou uit de Statiestraat. Bij de afsluitingen
van de wandelgangen valt ons de symmetrie op die voor Hoste
zo kenmerkend is. Dezelfde symmetrie vinden wij terug in de
ijzeren motieven van deuren en vensters (sacristie). Ook in
ander realisaties zal Hoste deze motieven gebruiken.
DE EERSTE MODERNE KERK IN BELGIE

Foto : Rony
De hoofdingang

Zuidwestzijde van de kerk

Hostes bouwwerk is zuiver functioneel opgevat. Altaar en
predikstoel zijn van elke plaats zichtbaar. Zo ontstaat een
groot ruim middenschip met aan beide zijden wandelgangen.
Dit biedt de mogelijkheid de hoogte van deze gangen te beperken
zodat de eigenlijke middenbouw ook minder hoog uitvalt.
Het koorgestoelte

Tevens wordt het schip beter belicht door de erboven liggende
vensters.
Tabernakel

Drie concentrische bogen trekken alle aandacht op het hoofdaltaar
: dit is duidelijk de voornaamste plaats van het gebouw.
Hoofdaltaar

Het meest opvallende element is echter de betonnen kap, waarvan
de structuur onverhuld blijft : de betonnen steunen fungeren
als sierelement. Waarom een betonnen kap ? Hoste geeft ons
zelf het antwoord : "De bouwstoffen die werkelijk eigen
zijn aan onze tijd, te weten het gewapend beton en het gietijzer,
geven ons de prachtigste hulpmiddelen waarover men tot dusver
beschikt voor het overspannen van ruimten".

Door de ruimtewerking heeft hij zeker een gepaste sfeer tot
bezinning gecreëerd in het schip van de kerk. Deze ruimte
wordt overigens nergens gebroken door toren of doopkapel,
die los van het schip opgesteld staan ; zij hebben in feite
niets met de eigenlijke eredienst te zien.
Zijaltaar

Tweede zijaltaar

De twee wandelgangen bieden een onbelemmerde kijk op de beide
zijaltaren. Ook hier wordt de dieptewerking nergens onderbroken.
Hoste heeft dit probleem opgelost door o.a. de biechtstoelen
in de muur te integreren.
De preekstoel

De kruisweg

Wanneer wij de oorspronkelijke plannen, bewaard in het archief
van de K.U.L. en het St.-Lukasarchief te Brussel, bestuderen,
stellen wij vast dat de uitvoering tamelijk conform is met
de ontwerpen. De vroegste tekeningen tonen ons echter een
merkelijk hogere toren. Waarschijnlijk zijn hiertegen financiële
bezwaren gerezen. Oorspronkelijk waren er ook meer baksteenmotieven
voorzien in de voorgevel. Een klein torentje boven de oostelijke
gevel van het schip werd eveneens weggelaten, zonder twijfel
na het scheuren van de boog op dezelfde plaats. De veranderingen
die dit ongeval hebben meegebracht, werden reeds vroeger besproken.
Kruisbeeld

Heilig Hartbeeld

O.L.V.-grot

Ingang sacristie

De pastorie

Wij kunnen besluiten dat Hoste met deze kerk baanbrekend
werk heeft verricht, althans in België. Aan de traditionele
opvatting van het gebouw als plaats voor de eredienst veranderde
hij niets , toch zorgde hij voor een nieuwe vormentaal. Zodoende
kunnen wij de O. L.Vrouwkerk te zonnebeke als eerst moderne
kerk in België beschouwen. Het gebouw heeft niet alleen
deining veroorzaakt in de omgeving, maar vond ook bewonderaars
in heel Vlaanderen. Architect Bruggeman schrijft aan Hoste
"Zonnebeke is een soort Mekka geworden voor gans intellectueel
Vlaanderen, een bron waar de jongeren zich kunnen laven, de
tafel waaraan zij kunnen communiceren."
Bronnen: