Deze neo-gotische kerk dateert van 1924.

Foto : Luc Coene
De kerktoren is tegen de kerk aangebouwd en is 30 m hoog.
De huidige pastorie te Zillebeke - Foto : Luc Coene

Geschiedenis van de Sint-Katharinakerk van Zillebeke
In 1102 schonk de gelukzalige Jan van Waasten, later bisschop
van Terwaan, het "patronaat" van "Selebeche"
aan het klooster van Voormezele, waaruit we kunnen besluiten
dat Zillebeke in die tijd reeds een openbare bidplaats bezat.
Van die eerste kapel of kerkje zijn geen sporen noch beschrijvingen
overgebleven. Wel waren vóór de eerste wereldoorlog
enkele muurresten met volronde toegemetselde bogen, maar het
is zeer waarschijnlijk dat die romaanse overblijfselen van
een latere datum waren. Immers in de 11e eeuw was de bouwkunst
in Vlaanderen nog zeer primitief en de landelijke kerkjes
waren meestal uit hout.

Uit de weinige oorkonden betreffende het kerkgebouw leren
we dat in de 14e eeuw, een herbouwing en vergroting plaats
greep. Nadere gegevens ontbreken hierover. Zoals de overige
kerken van de streek, had deze van Zillebeke ook te lijden
van de Geuzen of Beeldstormers. We citeren: "Den 22 december
1578 zijn de 'geusche' Yperlingen gekomen naar Vlamertinghe,
Elverdinghe en Zillbeke en hebben alle drie deze kerken verbrand."
Met de ingang van de 17e eeuw, nl. 1608 lag het gebouw nog
in puin en werd er voor een termijn van 4 jaar speciale belasting
gelicht van één gulden op elke ton groot bier,
en één stuiver op elke stoop wijn, ten voordele
van de herstelling van de kerk. In 1612 werd een nieuwe belasting
aangevraagd van 5 stuivers per gemet oogst voor hetzelfde
werk.

Het is waarschijnlijk deze kerk die tot 1914 bestond. Er
konden wel nog delen bewaard gebleven zijn in de herstelde
bouw, doch er zijn archeologische opzoekingen daarvoor geschied
en na 1914-1918 was de vernieling zo goed als volledig. In
zijn grote lijnen wijst de bouwtrant op een bouwwerk van omstreeks
1600. Toen bouwde de kerkgotiek hier te lande een groot aantal
kerkjes die nagenoeg alle dezelfde plattegrond hebben nl.
vierkante westtoren en drie beuken van ongeveer dezelfde hoogte
en breedte, onder afzonderlijke daken. De kruisbeuk of transept
ontbreekt. De middenbeuk eindigt op een veelhoekig koor, soms
hebben de zijbeuken kapellen maar zijn meestal door rechte
muren afgesloten, waarin een groot raam steekt. Deze kerkjes
hebben een houten kapgewelf.
Te Zillebeke had de kerk slechts vier traveeën of boogwijdten.
De westertoren was een waar monument met kloeke steunberen
op de hoeken. Het is waarschijnlijk dat de toren vanaf het
begin een lage spits had met schaliën afgedekt. Veel
laten waarschijnlijk in de 18e eeuw, werden de spitsbogen
van de ramen veranderd in zgz. Italiaanse vensters, zonder
monelen en met een oostgevel toegestopt om het plaatsen van
hoge barokretabels mogelijk te maken. Achter het hoofdaltaar
hing er vroeger een schilderij die het laatste Avondmaal voorstelde.
Tot voor de oorlog 1914-1918 zag men boven het altaar van
O.-L.-Vrouw ook een schilderij van Maria-Boodschap voorstelde.
Het was een gift van Baron Gaston de Vinck die op de linkerhoek
van het tafereel twee engelkopjes had laten schilderen, portretten
van zijn twee oudste kinderen. Boven het altaar van St.-Katharina
was deze heilige eveneens afgebeeld.

In de jaren 1860 liet pastoor Dufloer, met de hulp van de
familie de Vinck de Winnezeele, de venster in de zijmuren
herstellen. Het maaswerk was echter gebrekkig en niet in de
aard van de plaatselijke bouwtrant. Op het einde der 19e eeuw
werden nog andere herstellingen aangevat. Voor de toren, die
omstreeks 1890 onder de praalgebouwen van 3e rang geteld werd,
was zelfs een herstelling ontworpen met de bouw van een naald
in baksteen. Het is wel waar dat de torens van die tijd dikwijls
een soortgelijke bekroning vonden, maar alles ingezien, is
het zeker best dat de toren zijn oorspronkelijke, schilderachtige
en kenschetsende spits mocht bewaren. De "Geheugenissen
- Zillebeke 1870-1903" vermelden reeds halfweg het jaar
1889 een beschrijving der noodzakelijke werken te verrichten
aan de toren.


"De ondergetekende Al. Seynaeve, schaliedekker en aannemer
te Lendelede, aangesteld zijnde door de bevoegde overheid
om te onderzoeken welke herstellingswerken er hoogst noodzakelijk
dienen gedaan te worden aan den kerktoren en er den staat
van op te maken, verklaart dat het om latere grootere onkosten
te vemijden, allernoodzakelijkst is de hier navolgende beschreven
werken te verrigten.
1.De muren des toren herstellen, de oude mantel goed uitschrepen,
de slechtste stenen uitkappen op de diepte van een halven
steen, daar waar er maar een of twee steenen moeten verdaan
worden; en op de diepte van eenen geheelden steen, daar
waar er dry of vier zo slecht zijn, voor het volzetten en
insteken der steenen, de muren goed nat begieten.
2. De gebruikte moortel.
3. De rondliggende banden op hetzelfde model.
4. De daken of deksels der drommers of schoormuren met goede
schaliën.
5. Het schaliewerk in de klokkegaten en de gebruikte planken
en hout.
6. Het bovendak herstellen, de haken goed nazien op zulke
wijze dat ze gansch in het drooge zijn.
7. De haken en het kruis tweemaal schilderen, de eerste
maal in ijzerrood, de tweede maal in zwart. De haan van
den toren vergulden!
Gedaan te Zillebeke, 28 april 1889."
Deze werken werden slechts 20 jaar later uitgevoerd door
de gemeente. Zo luidt het verslag van de openbare zitting
van de gemeenteraad van 5 mei 1909:
"Tegenwoordig: de heeren Baron Gaston de Vinck, Burgemeester-Voorzitter,
Vuylsteke en Decroix, schepenen, Capoen, Verelst, Braem,
Vandenbroucke en Sercu, leden, Frimout, secretaris."
"Het laatste voorwerp is de herstelling van den kerktoren.
Het plan, lastencohier en bestek hiertoe opgemaakt en ingediend
door den heer Lernould, bouwmeester te Yper, schijnt den
raad te bevredigen en er wordt besloten dit werk zonder
verderen uitstel uit te voeren. De geldelijke tusschenkomst
van staat en provincie zal te dien einde gevraagd worden."
Het werk werd dan in 1910 uitgevoerd en in de gemeenteraad
van 9 januari 1911 staat aangegeven dat er nog met afbetaling
van het werk moest begonnen worden. Wij citeren: "Aangezien
deze gebouwen van openbaar nut opgemaakt zijn en dat de aannemer
recht heeft op gedeeltelijke betaling; aangezien het bewezen
is door den hierbijgevoegden staat, afgeleverd door den heer
bouwmeester Lernould, dat de aannemer der herstellingswerken
van den kerktoren, recht heeft de som van Duizend franken
te ontvangen;
Besluit: Aan de bestendige Afveerdiging van den Provincialen
Raad, de machtiging te vragen om de som van 4000 fr. uit de
Algemene Spaarkas te mogen ontvangen."
Kort na de herstellingswerken heeft men ook de kerk geschilderd.
Vier jaar later heeft de wereldoorlog de kerk, die gerangschikt
was onder de monumenten van 3e klas, met toren en al tot één
reusachtige puinhoop herschapen. Er stonden enkel nog een
paar meters muur recht en de torenbalken staken als zwarte
wijsvingers door de steenhoop omhoog.
In 1919 heeft de architect Georges Lernould uit Ieper, belast
met de plannen voor de wederopbouw, de waarde van de kerk
in 1914 geraamd op 55.416 fr. voor het kerkgebouw, 32.079
fr. voor de toren en 1.541 fr. voor de sacristie. Hij beschreef
de toren als volgt:
"De kerktoren was een prachtigen toren, door de koninklijke
Kommissie van prachtige gebouwen ranggeschikt. Zij bestond
uit een deur met lijsten in witten steen met spitsboog in
3 verdeeld door vensterkruisen in brikken. Boven het venster
hadden wij 2 blinde vensters met vensterkruisen en net,
en dat op 3 zijden van den toren. Toen hadden wij de klokkegaten,
eindigend met spitsbogen en net in brikken. Het dak was
een vierkante spitszuil met 4 dakvensters, op den top was
er een ijzeren kruis en een koperen haan. De toren was in
5 deelen verdeeld door waterpas lijsten in witte steen.
De schoot van den toren was in grezen of zandsteen, den
buitenkant was in witte façade brikken. Op iederen
hoek van den toren waren 2 schoormuren van 1.00 breed op
1.40 lang met blinde arcade op de voorzicht. In den Zuid-West
hoek, tusschen de schoormuren was een ronden toren waar
den trap was. De treden waren in zandsteen. De toren was
5.55 X 5.55 binnen met muren van 1.00 dikte. De toren was
in 4 verdeeld door 4 plankieten in eikenhout. De hoogte
van den toren was van 21.90 onderkant plaat. Men kan maar
als goed rekenen, de grondvestingen en den schoot van 1.00m.
In juni 1911, had de toren gansch hersteld geweest."
Toen het oorlogsgeweld geluwd was, werd in 1919 een noodkerk
in hout opgetimmerd in de Stationsstraat, die dienst deed
én als kerk én als school.
Deze barakkerk stond voorbij het voetwegeltje, alsook, de
houten woningen van de pastoor en van de kloosterzusters.
Bij de noodkerk bevond zich ook de barakwoning van de enige
onderwijzer, tevens koster, Albert Bouciqué. Aan de
overkant woonden toen de secretaris, Fideel Boudin en Henri
Lewyllie.
Het ontwerp voor heropbouw van de kerk werd in 1922 door
dezelfde architect G. Lernould opgemaakt. Na aanbesteding
werd de uitvoering toegewezen aan de aannemers A. De Tandt
en F. Depessemier uit Nederbrakel voor 414.000 fr.
Op 2 mei 1923 vraagt pastoor Labis aan de bisschop van Brugge
de toelating "om den eersten steen onzer nieuwe kerk
te doen wijden door Zeer Eerwaarden Heer Deken van Yper. De
werken zijn reeds aan den gang en allerhande omstandigheden
hebben me belet die plechtigheid eerder te kunnen vieren."
Op 3 mei komt het instemmend "concedo" uit Brugge.
Eind mei werd de eerste steen dan gelegd, symbolisch althans.
Met Pasen 1924 was alles opgebouwd en op zaterdag 3 mei 1924,
juist een jaar na de eerste steenlegging, werd het H. Sacrament
in processie overgebracht van de noodkerk naar de nieuwe kerk
waar 's anderendaags, ttz. op meikermiszondag, voor de eerste
maal de eredienst plaats vond.
Op 16 oogstmaand 1924 neemt Pastoor Labis nogmaals "de
eerbiedige vrijheid aan zijne Hoogweerdigheid te vragen dat
Z.E.H. Delaere, Pastoor-Deken van Yper, de toelating zou gegeven
worden om over te gaan tot de plechtige wijding onzer nieuwe
Parochiekerk. De plechtigheid is gesteld op maandag 1ste September."
Feitelijk is het gebeurd op 2 september 's morgens te 8.30
u. zo noteerde de Pastoor eigenhandig in het latijn, en het
ging gepaard "met veel geluister".
De nieuwe kerk werd maar definitief geconsacreerd door Mgr.
Lamiroy op 26 september 1938.
Bron : "Zillebeke, verdoken dorp in de glooiingen van
de natuur" door J. Vandemaele & G. Coudron
Deze informatie is afkomstig van de Vrije Basisschool Zillebeke
---------------------------------------------------------------------
Eglise St-Katharina - Zillebeke - Histoire
1102 : Jan van Waasten le bienheureux (plus tard évêque
de Terwaan) offre le patronage de 'Selebeche' au cloître
de Voormezele.
Aucune description de la 1ère chapelle ou église
n'a été gardée. Quelques murs arqués
datent tout de même d'avant la 1ère Guerre Mondiale
mais sont probablement des vestiges romans.
Les peu de documents retrouvés nous apprennent qu'une
reconstruction et un agrandissement de l'église eurent
lieu au 14e siècle. Comme la plupart des églises
de la région, celle de Zillebeke dut également
subir la révolte iconoclaste des Gueux.
1608 : l'église est toujours en ruines. Des
impôts spéciaux sont mis en place pour la rénovation
du bâtiment (taxes sur la bière, sur le vin,
sur les moissons).
C'est certainement cette église qui exista jusque
1914, puis la guerre la détruisit complètement.
Des fouilles archéologiques furent d'ailleurs entreprises.
Les grosses lignes de la construction du bâtiment dateraient
des environs de 1600. C'était une époque où
de nombreuses églises gothiques avec un plan semblable
furent construites (tour occidentale carrée avec 3
nefs d'à peu près les mêmes dimensions).
L'église de Zillebeke n'avait que 4 travées
ou espaces arqués. La tour occidentale possédait
des contreforts sur les coins. Dès le départ,
la tour était recouverte d'un tour basse en ardoise.
C'est certainement bien plus tard que les arcs des fenêtres
furent changées en fenêtres italiennes.
Derrière l'autel principal, on trouvait une peinture
représentant le dernier Repas. Une peinture du serment
de Marie se trouvait au-dessus de l'autel Notre-Dame jusqu'à
la 1ère Guerre Mondiale, elle fut offerte par le Baron
Gaston de Vinck.
1860 : réparation des fenêtres des murs
latéraux par le prêtre Dufloer avec l'aide de
la famille de Vinck de Winnezeele.
Fin du 19e siècle : autres réparations.
1890 : décision de faire des travaux concernant
la tour (murs, vieux manteau, mauvaises pierres, toit). La
commune commença les travaux à peine 20 ans
plus tard. Mais la 1ère Guerre Mondiale remit l'église
en ruines.
1919 : L'architecte Georges Lernould d'Ieper décide
de reconstruire l'église. Une église en bois
est construite en attendant, elle sert également d'école.
1922 : ébauche pour la reconstruction de l'église
par le même architecte.
Fin mai 1923 : après avoir requis la permission de
l'évêque de Brugge, on pose les premières
pierres de l'église.
Pâques 1924 : fin des travaux.
3 mai 1924 : procession du Serment Sacré.
Dimanche du gui : première célébration
du culte.
26 septembre 1938 : l'église est définitivement
bénie par Monseigneur Lamiroy.
---------------------------------------------------------------
De beschrijving van het bouwwerk.
Het nieuwe gebouw is eigenlijk een nabootsing van het oude,
op enkele wijzigingen en verbeteringen na, want naar het oosten
werd het met een travée van 6 m. verlengd. Dat heeft
tijdens de uitvoering van het werk enige wrijving veroorzaakt
met het gemeentebestuur. Pastoor Labis was echter van geen
kleintje verschrokken
Deze keer kregen de vensterramen
een zeer goed maaswerk en de sacristie werd merkelijk groter.
Binnenin zijn de muren in gele baksteen, onbepleisterd, wat
mooi en rustiek aandoet en geen onderhoudskosten vergt.
De grondvestingen van de kerk zijn in beton. Ze bestaan uit
3 delen oude, 3 delen nieuwe baksteenlaag en 4 delen mortel.
Het metselwerk vertoont langs buiten een onderdeel in bruine
bergsteen, overblijfsel van de vooroorlogse kerk. Er zijn
8 ronde pilaren en in totaal 16 vensters, hierin begrepen
8 brandglasramen. De zoldering is in hout en het dak is bedekt
met inlandse grauwe schaliën. De vloer bestaat uit Bascle-tegels.
Twee deuren verbinden de kerk met de sacristie, nu wordt er
nog 1 gebruikt. Tot voor 1991 verbonden twee enkele en een
dubbele binnendeur het portaal met het kerkinterieur . De
eikenhouten portaaldeur was uit 2 delen. Om meer lichtinval
in de kerk te hebben, werden bij de laatste restauratie in
'91-'92 de eiken portaaldeuren vervangen door glazen deuren.
Rechts in het portaal geeft een deur toegang tot de stenen
wenteltrap naar het doksaal en de klokkentoren. In het portaal
is er een museumkast geplaatst, hierin hangen gedenkplaten
: o.a. een vergulde gedenkplaat met Engelse tekst en een herinneringsplaat
aan de gesneuvelde Franse kapitein Mortas.
Het kruis op de toren is gemaakt door de smid Jef Cornette
uit Zillebeke die het op zijn schouder naar boven droeg
tot aan de klokkenzolder, maar dan niet hoger durfde. De aannemer
Remi Depessemier heeft hem dan hoog in de wind geplaatst.
De windhaan werd gemaakt door de hr. Baekelandt uit de Rijselse
Straat te Ieper.
Het torenuurwerk was geplaatst door Maurice Vandermarlieren
uit Ieper. De zwarte wijzerplaten van 2 m. diameter zijn nadien
verwijderd. Uurwerkmaker Vanhabost uit Komen heeft deze vervangen
door twee ringen met cijfers die nu, net zoals de wijzers,
wit geschilderd zijn. De klokken en het uurwerk werden in
1973 geëlektrificeerd door de firma Desimpelaere uit
Menen.
De kerkfabriek besliste de parochiale kerk elektrisch te
verlichten. Na gunstig advies van de commissie van monumenten
heeft de gemeenteraad dit goedgekeurd op 22-4-1933.
Einde 1965 zorgde Pastoor De Jans voor een installatie voor
de verwarming van de kerk met warme lucht.
Sedert 1924 heeft de tand des tijds het kerkgebouw toch aangevreten
zodat in 1971 door aannemer Richet van Kemmel, herstellingswerken
aan de toren moesten uitgevoerd worden. Het kruis werd afgehaald,
verkort, geschilderd en teruggeplaatst. De haan werd opnieuw
verguld.
De laatste restauratie van de kerk dateert van 1991-1992.
Het hoogaltaar
Dit altaar, gemaakt uit wit marmer, zwart dooraderd, werd
geleverd door de hr. Aloïs Hubert Haan uit Antwerpen
en kostte toen 29.000 fr. Het koperen tabernakel met zijn
overkoepelingtroon verbeeldt een soort calvarieberg. In augustus
1931 werd een koperen kelk op een ronde plaat erop geplaatst,
met het woord sanctus: aan weerszijden van de koperen kelk
ziet men een opziende en neerblikkende engel. Boven de overhuiving
prijkt een koperen kruisbeeld.

Op de tabernakeldeuren staan twee naar elkaar gerichte engelen
in biddende houding met onderschrift "Sanctus".
Op de voorzijde van de kaarsenbank staat volgende tekst in
't latijn: "Magister adest et vocat te". (De meester
is hier en spreekt tot u) Joh. XI 28. In het altaarsteen werden
de relikwieën van de HH. Generosus en Maximus ingemetseld.
De onderbouw van het altaar stelt een groot medaillon voor,
afbeelding van het Lam Gods op het Boek met zeven sloten,
dat bloed uit het geopende hart in de kelk stort. De zegevlag,
omringd door zes gevleugelde engeltjes, geeft de betekenis
weer van het ganse medaillon, dat omkranst is met eikenbladeren.
Twee zijpanelen van het voorzicht stellen korenaren en druiventrossen
voor.
De communiebank en het altaar
De communiebank was vroeger uit één stuk, met
op het einde de twee grote feestfakkels. Hij stond in de middenbeuk.
De liturgische aanpassingen aan de tijd vergden zijn verplaatsing.
De communiebank werd in twee gedeeld. Dit geschiedde in 1965
toen een bijkomend dienstaltaar in wit hout aan de koortrede
geplaatst werd door Joseph Lemeire.
De ene helft van de communiebank staat voor het O.-L.-Vrouwaltaar
met volgende voorstellingen van links naar rechts: het Lam
Gods met de vlag, de koperen slang, de tafel met de toonbroden,
de korenhalmen en druivenranken. De andere helft staat voor
het H. Katharina-altaar. Van links naar rechts stelt het voor:
de Ark des Verbonds, het Manna uit de hemel en de kelk met
hostie. Alles is eenvoudig sculpteerwerk op eigen hout.
In 1972 werd het altaar verplaatst tussen de eerste twee
pilaren van de kerk op de uitgelengde koorhoogte. In 1988
werd de preekstoel tot altaar omgevormd. Hij geeft de afbeelding
van de vier evangelisten weer: Matteus, Marcus, Lucas en Johannes
en is ook het werk van Delafontaine. Het verhoog waarop het
altaar staat werd gemetseld en met parket belegd in 1998
Zijaltaar rechts St.-Katharina
Dit gepolijst eikenhouten altaar, in februari 1925 geleverd
door de heer Delafontaine uit Menen, is toegewijd aan de patrones
van de parochie. Boven de kaarsenbank staat haar beeld met
twee lauriertaken en een gebroken St.-Katharinawiel. Onder
de kaarsenbank staat het opschrift: "H. Katharina, maagd-en-martelares,
b.v.o.". Op de onderbouw van het altaar is er een bidbank
en een offerblok voor giften bij het vereren van de relikwie.
In de rechtse buitenmuur is een nis aangebracht. Hierin hangt
nu een ikoon van de Heilige Katharina, afkomstig uit het Katharinaklooster
in de Sinaïwoestijn.

Zijaltaar O.-L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand
Op het tabernakel staat de afbeelding van de kelk met de
hostie in een vlammende ovaal waarrond de afbeelding van de
vier evangelisten. Midden het altaar bevindt zich de bekende
reproductie van O.-L.-Vrouw van bijstand. In twee nissen zijn
de geëmailleerde beeldgroepen ingewerkt: "De Kroning
van Maria in de hemel" en " De boodschap van de
engel aan Maria". Op de onderkant van de kaarsenbank
staat: "H. Maria komt de ellendigen ter hulp". De
letter M is in de onderbouw in het hout ingewerkt.
De biechtstoelen
Deze komen van hetzelfde huis en zijn ook in gepolijst eikenhout.
De kruisweg
In veertien staties, werd in karton-pierre gegoten, en geschilderd
in wit steenkleur door Karel Dupon en op 4 augustus 1925 op
de muur rondom de kerk geplaatst.
Beelden
-
Het H. Hart- en O.-L.-Vrouwbeeld zijn giften
van de familie Gaston Vandenbroucke - Naert (1928).
-
Het H.-Antoniusbeeld werd geschonken door
Cyr. Deknudt.
-
Het St.-Jozefsbeeld is een schenking van
de weledele heer du Bois d'Aissche (oktober 1930).
-
De familie Struye schonk in 1928 de Calvarieberg
en de beeldengroep.
-
Het beeld van Sint-Hubertus is een gift
van de Koninklijke Sint-Hubertusbond West-Vlaanderen en
de parochianen van Zillebeke. Het werd gewijd op 03-11-90.
-
Het beeld van Thérèse van
Lisieux is eigendom van Pastoor Odiel Denorme.
-
Beeld van de H. Katharina.
Houtsnijwerken
Aan 6 van de 8 pilaren hangen houtsnijwerken van heiligen
:
-
Sint- Sebastiaan : beeld gewijd op 09-02-1992,
het is een gift van de Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde
en de parochianen van Zillebeke.
-
Sint-Cecilia : beeld gewijd op 21-11-1992,
het is een gift van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia
en de parochianen van Zillebeke.
-
Heilige Genesius : beeld gewijd op 28-08-1994,
het is een gift van de Toneelgilde "Eigen Taal"
en de parochianen van Zillebeke.
-
Sint-Elooi : beeld gewijd op 28-11-1993,
het is een gift van de BB, de KVLV en de KLJ en de parochianen
van Zillebeke.
-
Heilige Lutgart : beeld gewijd op 21-09-1996,
het is een gift van het Davidsfonds "De Beke"
en de parochianen van Zillebeke.
-
Heilige Catharina Labouré : beeld
gewijd op 08-11-1997, het is een gift van de duivenmelkers
en de parochianen van Zillebeke.
Schilderijen
In het kerkkoor hangt "Christus aan het kruis"
van een onbekende meester en gift van wijlen E.H. Priem, pastoor
1938-1955; alsook "O.-L.-Vrouws verschijning te Lourdes"
van Juan Roig, gift van wijlen E.H. Pastoor Lefevere (1955-1959)
ter gelegenheid van het Lourdesjaar 1958.
Brandvensters
In het koor bewondert men de mooie brandvensters, vervaardigd
door meester Ganton te Gent. In het midden, een naamloze gift,
wordt de H. Drievuldigheid voorgesteld: God de Vader als koning,
de Zoon als Verlosser, de H. Geest in het midden onder gedaante
van een duif.
Rechts langs de zuidkant heeft men het raam met de H. Familie
in het huisje van Nazareth, gift van de familie de Vinck-Osterrieth
uit Zillebeke. Links is het venster geschonken door baron
Pierre de Vinck, burgemeester der gemeente, en stelt Petrus
voor die het oppergezag ontvangt.
Boven het O.-L.-Vrouw-altaar stelt het kleurvenster het H.
Hart met de passie-instrumenten voor, gift van de familie
De Tandt-Frimout.
In de linkerbeuk is het eerste venster voor de ene helft
een voorstelling van Sint-Franciscus die spreekt tot de vogeltjes
en in de andere helft Sint-Elisabeth van Hongarije met een
voorschoot vol bloemen. Het is een dankbare gift van de familie
F. De Decker-de Vinck bij de geboorte van hun dochter Coleta.
In de rechtse zijbeuk ziet men nog twee glasramen, giften
als herinnering aan gesneuvelden.
In de voorgevel is er het raam vervaardigd door de Engelse
meester Reginald Bell. Het verbeeldt Sint-Joris in Engeland.
De uitgedoste krijgsman doorboort met zijn speer een afzichtelijke,
kronkelende draak. Rondom ziet men dertien wapenschilden van
edele Engelse families verwant aan de familie St George: St
George, Argentine, Berrfford, Bertram, Herfrod, De la Haye,
Cogshall, Shepperith, Engaine, Avenell, d'Arry, Teca, St George.
Dit unieke meesterwerk is een gift van de Engelse dame St
George Coombes in herinnering aan haar zoon Avenel
St George, op 15-11-1914 in de leeftijd van 19 jaar gesneuveld
te Zillebeke. Hij ligt begraven op het Britse kerkhof, bij
de kerk, het tweede graf van de eerste rij!
Dit brandglas werd tijdens de laatste oorlog veiligheidshalve
uitgenomen en ingemetseld in de kelder van de pastorie, en
ongeschonden teruggeplaatst.
In het eerste zijvenster van dezelfde beuk staat een brandraam,
een visioen voorstellend van een Franse
infanterist. Gekwetst midden het slagveld, sterft hij
terwijl een engel zijn hoofd ondersteunt en zijn wezen richt
naar de lijdende Christus in purperen mantel met doornen kroon
en rietstok. Het hoofd van de infanterist is een natuurgetrouwe
weergave van de alhier gesneuvelde zoon en broeder van de
milde gevers: Madame Veuve De Marcq en haar kinderen uit Roubaix.
Boven de kerkdeur in de spits van het glasraam: het wapen
van de gemeente Zillebeke. De kleuren zijn van goud met een
keper en drie wielen in rode tint.
De andere kerkvensters zijn in geribd glas, gekleurd met
een lichte groen-gele tint en in een omlijsting van groene
en bruine punten gekaderd.
Obiits van de familie "de Vinck de Winnezeele"
en "de Vinck" in de kerk van Zillebeke

1. Gaston Ferdinand Marie François Xavier Baron
de Vinck, weduwnaar van Elisa Osterrieth, echtgenoot van
Florence Félicie Osterrieth, geboren te Antwerpen
op 4 december 1855, overleden te Ieper op 14 december 1927.
Senator, burgemeester van Zillebeke.
2. Florence Félicie Osterrieth, weduwe van Gaston
Ferdinand Marie François Xavier Baron de Vinck, geboren
te Antwerpen op 26 juni 1873, overleden te Zillebeke op
1 juni 1958.
3. Georges Marie François Xavier Baron de Vinck,
weduwnaar van Hélène Marie Anathasie de Meester,
echtgenoot van Marie Aldegonde Philipinne de la Barre d'Erquelinnes,
geboren te Antwerpen op 21 maart 1854, overleden te Ukkel
op 2 september 1924. Burgemeester van Bossière.
4. Marie Philippine Aldegonde de la Barre d'Erquelinnes,
weduwe van Georges Marie François Xavier Baron de
Vinck, geboren te Elsene op 24 januari 1861, overleden te
Brussel op 31 maart 1944.
5. Zoé Marie Lucie Charlotte de Serret, weduwe van
Alfred Léopold Marie François de Florisone,
geboren te Brugge op 21 december 1828, overleden te Ieper
op 26 oktober 1907.
6. Marie Emma Irène Adolphine de Wouters d'Oplinter,
echtgenote van Marcel Athanase Marie Ghislain Baron de Vinck,
geboren te Elsene op 11 september 1891, overleden te Kortenaken
op 23 december 1938.
7. Yves Alfred Paul Hubert Marie Ghislain Baron de Vinck,
echtgenoot van Ghislaine Léonie Irène Marie
Joseph Cardon de Lichtbuer, geboren te Zillebeke op 14 september
1899, en er overleden op 28 december 1979.
8. Ghislaine Léonie Irène Marie Joseph Cardon
de Lichtbuer, weduwe van Yves Alfred Paul Hubert Marie Ghislain
Baron de Vinck, geboren te Gent op 14 maart 1899, overleden
te Brussel op 7 maart 1990.
9. Pierre Léon Hubert Marie Joseph Ghislain Baron
de Vinck, echtgenoot van Margaret Isobeld Reid Loudon, geboren
te Antwerpen op 16 mei 1889, overleden te Ieper op 18 september
1947. Burgemeester van Zillebeke.
10. Charlotte Josèphe Marie Cogels, weduwe van Alfred
Louis Marie François Xavier Baron de Vinck de Winnezeele,
geboren te Deurne op 28 september 1851, overleden te Antwerpen
op 6 mei 1925.
11. Baudouin Marie Joseph Jules Ghislain Baron de Vinck
de Winnezeele, echtgenoot van Jeanne Ullens de Schooten,
geboren te Antwerpen op 19 augustus 1878, er overleden op
6 oktober 1944.
12. Jeanne Marie Josèphe Ullens de Schooten, weduwe
van Baudouin Marie Joseph Jules Ghislain Baron de Vinck
de Winnezeele, geboren te Antwerpen op 9 januari 1880, er
overleden op 15 oktober 1955.
13. Robert Marie Joseph Ghislain Baron de Vinck de Winnezeele,
echtgenoot van Marguerite Marie Adrienne Antoinette Ghislaine
Gravin Le Grelle, geboren te Antwerpen op 3 januari 1907,
overleden op 11 juni 1983.
14. Marguerite Marie Adrienne Antoinette Ghislaine Gravin
Le Grelle,weduwe van Robert Marie Joseph Ghislain Baron
de Vinck de Winnezeele, geboren te Berchem (Antwerpen) op
5 november 1905, overleden te Antwerpen op 28 oktober 1996.
15. Jules Georges Charles Marie Joseph Ghislain Baron de
Vinck de Winnezeele, weduwnaar van Julie Baronne Snoy, en
van Marguerite Malou, en echtgenoot van Bertha Roggen, geboren
te Antwerpen op 10 november 1879, overleden te Rixensart
op 20 juni 1944.
16. Marguerite Marie Anne Ghislaine Françoise Xavier
Malou, tweede echtgenote van Jules Georges Charles Marie
Joseph Ghislain Baron de Vinck de Winnezeele, geboren te
Brussel op 1 februari 1888, overleden te Dilbeek op 26 maart
1939.
Renaud Charles Guillaume Jules Marie Ghislain
Baron de Vinck de Winnezeele, echtgenoot van Christiane Tienrien,
geboren te Brussel op 15 november 1909, overleden in het verzet
te Noirefontaine (Doubs, F) op 7 september
De Doopvont
Het schoonste kleinood in de Sint-Katharinakerk te Zillebeke
is een oudheidkundige merkwaardigheid: de doopvont. Toen in
1921 het puin van de kerk werd opgeruimd, vond men onder de
ingestorte toren de oude doopvont zo goed als ongeschonden
terug. Deze reusachtige vierkante kuip van Doorniks hardsteen
was wel gebarsten op verscheidene plaatsen, doch men heeft
ze zo goed als gaaf kunnen samenvoegen met grijpijzers. Dit
soort restauratiewerk is klaarblijkelijk niet door vakmannen
ter zake uitgevoerd. De barsten zijn immers met gewone cement
opgevuld en men heeft geen rekening gehouden met het reliëf.
De doopvont dateert van 1149. De kuip staat op een korte ronde
zuil, 0,50 m. hoog, gesteund door een achthoekige voet. Het
vroegere deksel in de vorm van een St.-Pieterskoepeltje, was
een houtsneewerk met dezelfde bladmotieven als het steenreliëf
thans is. Deze Gallo-Romaanse vont heeft volgende afmetingen:
95 cm. hoog, 112 cm. vierkant. de vier friezen van de kuip
zijn voorzien van een halfverheven beeldhouwwerk. De diepte
der insnijdingen zijn op sommige plaatsen 8 mm. Er zijn florale
en dierlijke motieven op aangebracht. De florale motieven
bestaan uit druiven en palmbladeren, palmetten genaamd, die
gevat zijn in loofranken. De dierlijke motieven zijn vogels
en vissen, en op de hoeken van het bas-reliëf staan kleine
drakenkoppen.

Op het bovenblad bevinden zich twee duifjes en een afbeelding
van een heilige. Rond zijn hals vinden we een hartvorm. De
oostelijke en westelijke fries bezitten dezelfde tekening,
evenzo de zuidelijke en de noordelijke.
Op de onderzijde van de vont hangen op de vier hoeken grote
ongekartelde bladeren, waar slechts één nerf
in te vinden is. Tussen deze bladeren vinden we de verbinding
tussen vont en zuil door eenvoudig uitgeholde lijnen. Het
touwvormig gedeelte dat zich rond de zuil bevond is praktisch
volledig verdwenen.
In de kuip bevindt zich de halfronde uitholling, en vroeger
heeft men er een valse bodem ingelegd. Deze was vervaardigd
van koper met een laag zink belegd, wat men nog kan merken
aan de groene vlekken die op de zinklaag verschenen.
De voetzuil is waarschijnlijk een afgebroken stuk kolom van
een andere constructie, want de zuil is niet vervaardigd uit
hetzelfde hard Doorniks steen, maar bestaat uit een stuk gewoon
arduin. De voet is dan ook niet voorzien van beeldhouwwerken.
Onderaan is er een verbreding van de voet, aangezien men bij
de restauratiewerken weerom cement heeft tussengevoegd.
De symboliek van de versieringen is moeilijk te achterhalen.
Men meent te weten dat de druiventrossen de levende werking
van de genade verzinnebeelden voortgebracht door het doopsel
en de palmbladeren, die men onderscheidt van de loofbladeren,
de idee van de overwinning voorstellen. Een van de meest sierlijke
en veel voorkomende symbolen zijn de draken die duivels voorstellen,
waarvan het gezag over de ziel eindigt op het ogenblik van
het doopsel. Gedurende de oorlog 40-45 werd de vont onder
zand bedolven om alle beschadiging te voorkomen.
De doopvont bevindt zich achteraan in de kerk links, op een
klein platform en is omsingeld door een afsluiting in smeedijzeren
staven. Het naoorlogse eiken deksel was voorzien van zware
ijzeren scharnieren. Het werd vervangen door een maanschijfvormig
deksel uit koper geslagen en waarvan de hefknop de ark van
Noë voorstelt. Dit deksel werd op 30 mei 1954 aan de
kerk geschonken ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum
van de toenmalige pastoor Priem.
Er werden voor het nieuwe deksel verscheidene ontwerpen gemaakt.
De eerste was een reconstructie van het oorspronkelijk en
zou 25 tot 30.000 fr. kosten; het tweede had een plattere
vorm maar was toch met motieven en bladeren versierd en vergde
een uitgave van 18 tot 20.000 fr. zodat men uiteindelijk een
meer gewone bolgeslagen plaat verkoos met de arkknop voor
de som van 7.800 fr. Het werk werd uitgevoerd door de jonge
koperslager Philippe Denis uit Linkebeek. Met de ingezamelde
gelden der parochianen kon men benevens het deksel van de
doopvont nog twee nieuwe kachels aanbieden voor de kerkverwarming.
De doopvonten van Zedelgem, Lichtervelde en Zillebeke zijn
de enige Romaanse vonten van het bisdom Brugge. Ze zijn in
de kunstgeschiedenis beroemd en worden in belangrijke werken
vermeld.
Met het ministerieel besluit van 22 oktober 2001 heeft de
Vlaams minister van Monumenten en Landschappen de doopvont
uit de parochiekerk geklasseerd als beschermd monument.
Wijwatervaten
Onder het puin van de oude toren vond men eveneens na de
eerste oorlog de twee ongeschonden wijwatervaten die nu nog
dienst doen.
Zonnewijzer
In de oude kerk was er een stenen zonnewijzer die teruggevonden
werd door Maurice Thoma en bewaard werd door Leon en Richard
Comyn tot hij uiteindelijk belandde in een privé-verzameling.
Klokken
Op 18 augustus 1924 kwamen de nieuwe klokken toe, vervaardigd
door het huis Slegers-Canard uit Tellin, provincie Luxemburg.
De grootste, Catharina genaamd, weegt 774,5 kg. Het opschrift
luidt: "Mijn naam is Catharina. Ik ben geboren en gewijd
ten jare 1924 ter gelegenheid van de plechtige intrede in
de nieuwe kerk van Zillebeke. Mijn peter was de weledele heer
Baron de Vinck, burgemeester der gemeente en mijn meter zijn
edele gemalin Barones de Vinck, geboren Florence Osterrieth.
Op 27 maart 1944 werd "Catharina" neergelaten, naar
Duitsland weggevoerd door de firma Van Campenhout uit Haren
onder volgende aanduiding: "A I 291, hoogte 1,10 m, breedte
1,07 m, gewicht 800 kg". Op 11 november 1945 werd ze
door de Amerikanen uit Hamburg tot Ieper teruggebracht en
in de namiddag brachten Belgische militairen haar naar Zillebeke
terug. Op 2 maart 1946 werd "Catharina" op de haar
vertrouwde plaats in de toren terug opgehangen.
De tweede klok, genaamd Alexis,
weegt 397 kg. Haar opschrift is: "De profundi clamavi
ad te Domine. Je m'appelle Alexis. J'ai été
donnée par la Baronne Henriette de Gunsburg en souvenir
de son fils soldat le Baron Alexis de Gunsburg tombé
à Zillebeke l'année 1914." (en begraven
links van de kerk)
Ze hebben voor het eerst hun stem laten horen op de vooravond
van augustuskermis 1924 onder het parochiaal heerschap van
Antoon Labis, pastoor, en Albin Dewitte, voorzitter van de
kerkfabriek.
Het Orgel
Op de hoogdag van Pasen 1928 werd het orgel gewijd. Het werd
geleverd door het huis Daem van Appelterre en is elektrisch
aangedreven. De orgelkas is in eikenhout zonder ornament,
met twee voetpedalen met steun om, bij gebrek aan elektriciteit
het orgel te kunnen bespelen. Het heeft zeven registers nl.
Bourdon 16P, Montre 8P, Bourdon 8P, Gambe 8P, Prestant 8P,
Voix Céleste 8P, Trompet. Het heeft 4 octaven en 1
kwint.
In de oude kerk was er ook een orgel want in 1905 leende Fideel
Decroix, rentenier, drieduizend frank aan de kerkfabriek tegen
3% intrest om een nieuw orgel aan te kopen.
Eind de jaren '80 werd een nieuw orgel geplaatst. Dat nam
het licht weg, dat inviel door een groot venster in de westergevel.
Om weer licht achteraan in de kerk te krijgen, werden er glazen
portaaldeuren geplaatst. Wanneer de kerkdeur openstaat, kan
het licht aldus in de kerk vallen.
Vaatwerk
Monstrans, kelk en ciborie zijn van omstreeks 1720. De zilveren
zonnemonstrans Renaissance 1794 is hoogst waarschijnlijk in
1858 naar Zillebeke overgebracht. Op het voetstuk staan het
zinnebeeld van de hoop waarboven een brandend braambos en
heel bovenaan het kroontje. Terzijde van de lunula staan engelkopjes
met bovenaan de H. Geestduif en de wolk. Er is nog een koperen
zonnemonstrans en een zilveren kelk Renaissance 1858.
De zilveren vergulde Gotische kelk werd in 1904 door de parochianen
en vrienden geschonken aan Z.E.H. Victor Huys, ter gelegenheid
van zijn 50-jarig priesterschap waarvan 30 jaar te Zillebeke.
Op het voetstuk de 4 evangelisten, het kruis en het Lam Gods.
De kerkschatten zijn tot op heden goed bewaard gebleven.
Met uitzondering van een paar opengebroken offerblokken in
1973
werd gelukkig weinig waardevols gestolen of verwijderd
uit de nieuwe kerk.
Bron : "Zillebeke, verdoken dorp in de glooiingen van
de natuur" door J. Vandemaele & G. Coudron
Deze informatie is afkomstig van de Vrije Basisschool
Zillebeke.
-------------------------------------------------------------
Eglise St-Katharina après la 1ère Guerre
Mondiale
Description de la construction
Le nouveau bâtiment est une imitation de l'ancien avec
quelques changements et améliorations. Il a été
rallongé à l'est par une travée de 6
mètres, ce qui a provoqué quelques frictions
avec le conseil municipal.
Meilleur fenestrage, plus grande sacristie, murs en brique
jaune.
Sol en béton : 3 anciennes parties, 3 parties dotées
d'une nouvelle couche en béton, 4 parties en mortier.
8 piliers ; 16 fenêtres dont 8 vitraux ; plancher en
bois ; toit en ardoise grisâtre ; dalles au sol ; 2
portes reliant l'église avec la sacristie (une est
encore utilisée) ; jusqu'en 1991, 2 portes et une double
porte reliaient le portail à l'intérieur de
l'église, l'ancien portail en chêne a désormais
été changé en portes vitrées.
La croix sur la tour a été réalisée
par le forgeron Jef Cornette.
L'horloge de la tour fut placée par Maurice Vandermarlieren
d'Ieper.
Les fonds de l'église ont décidé d'illuminer
le bâtiment électriquement.
Fin 1965, le prêtre De Jans s'occupa d'installer un
chauffage à air chaud dans l'église.
En 1971, l'entrepreneur Richet van Kemmel entreprit des travaux
de rénovation : la croix fut enlevée, raccourcie,
repeinte puis remise. Le coq fut redoré. La dernière
restauration de l'église date de 1991-1992.
L'autel principal
Autel en marbre veiné de noir. Il fut livré
par Hubert Haan d'Antwerpen et coûta à l'époque
29000 BEF.
Tabernacle en cuivre représentant une sorte de Mont
du Calvaire et surplombée d'une croix. L'infrastructure
de l'autel représente un gros médaillon, illustration
de l'Agneau de Dieu. Le drapeau de la victoire, entouré
de 6 angelots, redonne la signification du médaillon
entier qui est couronné de feuilles de chêne.
2 panneaux latéraux représentent des épis
de blé et des grappes de raisins.
Le banc de communion et l'autel
Le banc de communion était auparavant en un morceau
avec au bout les 2 flambeaux de célébration.
Il de trouvait dans la nef du milieu. Il fut ensuite déplacé
et divisé en 2 (1965).
La 1ère moitié se trouve dans l'autel Notre-Dame
et l'autre partie, dans l'autel Ste-Katharina.
En 1972, l'autel fut déplacé entre les 2 premiers
piliers de l'église. En 1988, la chaire fut transformée
en autel. Il représente les 4 évangélistes
: Matthieu, Marc, Luc et Jean. C'est un ouvrage de Delafontaine.
L'hauteur sur laquelle se trouve l'autel fut maçonnée
et recouverte de parquet en 1998.
Autel latéral droit Ste-Katharina
Autel poli en chêne. Il fut livré par le Sieur
Delafontaine de Menen en février 1925. Il est dédié
à la sainte patronne de la paroisse. Au-dessus du banc
avec les bougies, on retrouve sa statue avec 2 branches de
laurier ainsi qu'une roue cassée Ste-Katharina. Un
oratoire et un tronc, destinés aux cadeaux pour le
culte de la relique, se trouvent sous l'infrastructure de
l'autel.
Une niche a été apportée dans le mur
extérieur droit avec dessus une icône de Ste-Katharina
provenant du cloître Ste-Katharina dans le désert
du Sinaï.
Autel latéral Notre-Dame de l'Eternelle Assistance
On trouve une représentation du calice avec l'hostie
sur le tabernacle dans un ovale flamboyant sur lesquelles
sont représentés les 4 évangélistes.
Au milieu de l'autel, se trouve la reproduction célèbre
de Notre-Dame de l'Assistance.
2 niches contiennent 2 statues.
Les chaires
Elles viennent de la même maison et sont également
polies en chêne.
Le chemin de la croix
14 peintures en couleur pierre réalisées par
Karel Dupon furent placées le 4 août 1925 sur
les murs entourant l'église.
Statues
-
Le Cur Sacré et Notre-Dame
sont des cadeaux de la famille Gaston Vandenbroucke - Naert
(1928).
-
St-Antonius offert par Cyr. Deknudt.
-
St-Jozef offert par M. Du Bois d'Aissche
(octobre 1930).
-
Croix du Calvaire et groupe statuaire offerts
par la famille Struye en 1928.
-
St-Hubertus offert par l'alliance St-Hubert
de Flandre Occidentale et la paroisse de Zillebeke.
-
Thérèse van Lisieux, propriété
du prêtre Odiel Denorme.
-
Ste-Katharina.
Sculptures en bois
Des sculptures en bois représentant des saints sont
accrochées sur 6 des 8 piliers :
-
St-Sébastien, offert par la confrérie
royale St-Sébastien et la paroisse de Zillebeke.
-
Ste-Cécile : offert par l'harmonie
royale Ste-Cécile et la paroisse de Zillebeke.
-
St-Genesius : offert par la confrérie
théâtrale 'Eigen Taal' (propre langue) et la
paroisse de Zillebeke.
-
St-Eloi : offert par la BB, le KVLV et le
KLJ et la paroisse de Zillebeke.
-
St-Lutgart : offert par le Davidsfonds 'De
Beke' et la paroisse de Zillebeke.
-
Ste-Catharina Labouré : offert par
les colombophiles et la paroisse de Zillebeke.
Peintures
Dans le chur de l'église, on trouve 'le Christ
sur la Croix' peint par un maître inconnu et offert
par le prêtre Priem (1938-1955).
On trouve également 'l'apparition de Notre-Dame à
Lourdes' de Juan Roig, offert par le prêtre Lefevere
(1955-1959) à l'occasion de l'année de Lourdes
en 1958.
|