Parochies > Kerkelijk patrimonium > >


 

 

Stavele - Sint-Jan Onthoofding  : Sint-Jan Onthoofdingskerk (Stavele)

De neo-gotische kerk (1890-1902) aan het Alexis Decarneplein, ligt midden in de broeken, dijken en watergangen van de IJzer en van de Haringe-, Poperinge- en Heidebeek die erin uitmonden.

Het uitzicht van de oude kerk van Stavele, in laatgotische stijl, is nog bekend door de tekening van A. Sanderus. Die kleine kerk werd op 25 april 1794 geplunderd en in brand gestoken door de Franse revolutionairen.

Na voorlopige herstellingen in 1800 volgde een verdere wederopbouw in 1830. In de periode 1889-92 werd ze opnieuw hersteld en vergroot (onder leiding van architect A. Verbeke uit Brugge) tot een driebeukige neogotische hallenkerk (toevoeging westertoren, doopkapel en kruisbeuk). Het hoogkoor is dieper uitgebouwd, terwijl de zijkoren vlak afgesloten zijn.

Neogotisch meubilair

altaren

communiebank

koorgestoelte, kansel en biechtstoelen (einde 19e eeuw)

Marmeren doopvont met koperen deksel (1e helft 19e eeuw).

Verschillende rouwblazoenen of "obiitis", onder andere van de heren van Stavele (13e-18e eeuw), in gepolychromeerd hout (ca. 1960), door Paul Lateur.

Beelden

H. Hubertus (17e eeuw)

O.L. Vrouw van Smarten (18e eeuw).

Kerkschatten

Op het kerkhof is er een gedenkplaat voor de heemkundige André Bonnez (1906-1978).

Historiek van het orgel

Of er vóór 1821 al een orgel aanwezig was in de kerk van Stavele is niet bekend. Na de Franse Revolutie was de streek geplunderd door Franse legerbenden en o.m. de kerk van Stavele werd in brand gestoken.

Reeds vrij vroeg kon Stavele zich een nieuw orgel aanschaffen. Andere nieuwe orgels in de omgeving vallen alleen te signaleren in Watou in 1815 en Roesbrugge in 1832. Grote keuze aan orgelbouwers was er niet : sedert het ontstaan van de grens kwamen er minder Franse ambachtslui naar hier en in West-Vlaanderen waren er bijna geen volwaardige orgelbouwers meer sedert het wegvallen van de bekende familie Berger.
Ch.-L. Van Houtte begon pas te werken in 1830 en Pieter Loncke in 1842. Verder behoorde West-Vlaanderen tot 1830 bij het bisdom Gent en kwamen de Van Peteghems nog regelmatig in West-Vlaanderen voor onderhoud van hun 18de-eeuwse orgels. Het is dus helemaal niet verwonderlijk deze Gentse orgelbouwers in Stavele te zien opdagen in 1821.

In het kerkarchief is de naam van de orgelbouwer(s) niet terug te vinden - het archief is trouwens niet meer volledig. Alleen leest men in de kerkrekening van 1823 dat er betaald is :

  • …met de penningen voortkomende van de kerke tot nieuwe maaken
    den orgel de somme van 165 : 37
    (dit zal de laatste schijf van de betaling zijn)
  • …voor tafelkosten der orgelmaakers.

De bouwwijze en de technische kenmerken verwijzen echter onomstotelijk naar Van Peteghem.
Het betreft dus de broers Pierre-Charles en Lambert-Corneille (hun jongere broer Pierre is immers pas na 1823 zelfstandig beginnen werken). Daarbij kan aangestipt worden dat de vroegste 19de-eeuwse werken van deze Van Peteghem-broers nog zeer sterk aanleunen bij de esthetiek van hun vaders werk van de 18de eeuw.
Het Stavelse orgel, met zijn stralende mixtuur-bovenbouw, forse tongwerken, en zelfs nog een niet helemaal gelijkzwevende stemming, is daar een schitterend voorbeeld van. Het orgel staat misschien niet meer op zijn oorspronkelijk doksaal, want in de kerkrekeningen van 1851 is sprake van "vernieuwen van de jubé" en "herstellen en kuysschen den orgel" door Fr. Ureel (Poperinge).
Vanaf 1853 komt Pieter Loncke (Hoogstade) stemmen; de orgelbouwers Loncke werden voor onderhoud gevraagd tot aan de tweede wereldoorlog. Daarna volgde Jules Anneessens (Menen), die in 1941 de oude blaasbalgen verbouwde en een elektro-ventilateur leverde, zodat de balgen niet meer manueel gepompt moesten worden.

In tegenstelling tot vele andere Van Peteghem-orgels (bv. Vlissegem, Bavikhove, Oudenburg en Westkerke die hopeloos verknoeid zijn) is de geschiedenis van dit orgel dus vrij rimpelloos verlopen en daar mogen we de vroegere pastoors, kerkmeesters en organisten dankbaar voor zijn. Orgels van Van Peteghem die nog in zo complete staat bewaard zijn (zoals ook Haringe en Moere) zijn uitzonderingen.

In 1975 werd het orgel van Stavele voor de eerste maal onderzocht door de beide orgelspecialisten van de Afdeling Monumenten en Landschappen (Brussel). Op basis van hun rapport werd door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen de bescherming (vroeger "klassering" in foutief Nederlands) van dit orgel gunstig geadviseerd. Het Koninklijk Besluit ter bescherming werd ondertekend op 6 november 1981. Mede dankzij dit feit kon de voorbije restauratie gerealiseerd worden met steun van de Vlaamse Gemeenschap (60 %), de provincie (30 %), de gemeente Alveringem en de kerkfabriek Stavele (10 %).

Technische gegevens

Toonhoogte : A = 403 Hz (bij Ca. 14 °C)
Temperatuur : ongetemperde stemming met 3 reine tertsen
Winddruk : 85 mm WK

Informatie afkomstig van Karen Firey, 2MWa, Sint-Fanciscusinstituut SO, Poperinge

Eglise de l'échafaud Sint-Jan

L'église néogothique (1890-1902) de la place Alexis Decarne, se trouve au milieu des marécages, digues et cours d'eau de l'Yser et des ruisseaux d'Haringe, Poperinge et Heide.

Un dessin de A. Verbeke nous montre un aperçu de l'ancienne église de Stavele au style gothique-tardif. Cette petite église fut saccagée et incendiée le 25 avril 1974 par les révolutionnaires français.

Après une réparation provisoire en 1800, elle fut reconstruite en 1830. En 1889-92, elle fut à nouveau réparée et agrandie en église-halle néogothique comprenant 3 nefs.

Mobilier néogothique :

  • Autels
  • Bancs de communion
  • Stalles, chaires et confessionnaux (fin 19e siècle)

Fonts baptismaux en marbre avec couvercle en cuivre (1ère moitié du 19e siècle).

Plusieurs blasons de deuil ou 'obilitis', entre autres appartenant aux seigneurs de Stavele (13e - 18e siècles), réalisés en bois polychrome (env. 1960) par Paul Lateur.

Statues :

  • H. Hubertus (17e siècle)
  • Notre-Dame (18e siècle)

Dans le cimetière, on trouve une plaque à la mémoire du géographe André Bonnez (1906-1978).

Historique de l'orgue de Barbarie

On ne sait pas s'il y avait un orgue dans l'église avant 1821. On en a tout de même signalés à Watou en 1815 et à Roesbrugge en 1832.

Il y avait peu de fabricants d'orgues et l'existence de la frontière limita la venue d'artisans français. Depuis la disparition de la famille Berger, il n'y en eut presque plus.

Ouvrages de Ch.-L. Van Houtte (à partir de 1830) et de Pieter Loncke (à partir de 1842).

Avant 1830, la Flandre Occidentale appartenait encore à l'évêché de Gent et les Van Peteghems y venaient régulièrement pour entretenir les orgues. Il n'est donc pas surprenant de voir apparaître ces fabricants d'orgues gantois à Stavele en 1821. Le savoir-faire et le style des orgues font encore référence à cette famille.

A partir de 1853 et jusqu'à la 2e Guerre Mondiale : la famille Loncke s'occupa de l'entretien des orgues.

En 1941, Jules Anneessens (de Menin) modernisa les anciens soufflets en ventilateurs électriques afin de ne plus devoir pomper manuellement.

La plupart des orgues de la famille Van Peteghem présents dans les églises des différentes communes furent abîmés. Heureusement, celui de Stavele fut gardé en bon état grâce aux anciens curés, maîtres d'église et joueurs d'orgue.

C'est un meuble protégé depuis un arrêté royale du 6 novembre 1981. Ce décret permit sa restauration.