Parochies > Kerkelijk patrimonium > >


 

 

Sint-Jan - Sint-Jan-Baptist  : Sint-Jan-Baptistkerk (Sint-Jan)


Een terugblik


77 jaar geleden

Op 23 oktober 2001 was het 77 jaar geleden dat de huidige naoorlogse Sint-Janskerk werd gewijd door E.H. Deken Delaere…

Een terugblik:

In de 12de eeuw was er door de bloeiende lakenhandel veel werk in Ieper en breidde de bevolking sterk uit; men spreekt op een bepaald ogenblik van 40 000 inwoners.

Zo ontstonden er in de tweede helft van de 12de eeuw, vier parochies buiten de stadsmuren: de St.- Michielsparochie aan de Verdronken Weiden, de Sint-Kruisparochie, de parochie van Brielen en van Sint-Jan. Deze parochies lagen dicht tegen de stadsmuren, zodat men bij gevaar binnen de muren kon schuilen.

In het eerste kwart van de 14de eeuw werden de buitenparochies opgenomen binnen een nieuwe stadsversterking en ontstond de "Uterste Veste". Deze verdedigingsgordel was 7,6 km lang.


Klik op de kaart voor een grotere weergave.

De buitenparochies werden in 1383 vernield en platgebrand bij het negen weken durend Beleg van Ieper door Engelsen, geholpen door Gentenaren.

Daarna werden de parochies weer opgebouwd, uitgezonderd de Sint-Michielsparochie.

De parochiekerk van Sint-Jan wordt reeds vermeld in de jaren 1200.

In de jaren 1500 stond de kerk nabij de Stoffelstraat waar nu het appartementsgebouw 'de Hazewind' gelegen is.

Volgens het plan van Thevelin en Destrée van 1564 was de Sint-Janskerk een kruiskerk, oostwest gericht en met de toren aan de noordbeuk.

Op deze tekening staat ook het klooster van de Karmelieten, dat na het Beleg van 1383 aan de noordzijde van de kerk werd gebouwd.

De kerk in 1564

In 1566 werd de eerste parochiekerk in de beeldenstorm geplunderd door de Geuzen. Ze werd in 1578 afgebroken om verdedigingswerken te kunnen uitvoeren.

De parochianen van St.-Jan moesten nu naar de Begynenkapel, gelegen achter de zuivelmarkt (nu Surmontstraat) dicht bij de Diksmuidestraat.

Dit was niet naar de zin van de andere parochiekerken. De tweede bisschop van Ieper, Mgr. Simons, besliste op 18.09.1590 de parochie Sint-Jan te verenigen met Sint-Jacobs.

De parochianen waren ongetwijfeld niet akkoord hiermee en we zien ze in de volgende eeuwen naar de kapel van het leprozengesticht "Hoge Zieken" gaan, gelegen op de hoogte aan de weg naar Brugge.

Hoe was die kapel hier gekomen?

Zeker voor 1168 stond een melaatsenhuis, "Ste Mariën Madelenen" genoemd, ongeveer tussen de Brugseweg en de Lindendreef.

Om deze besmettelijke ziekte verder van de stad te houden, bouwde men omstreeks 1220, alleszins voor 1235, een nieuw leprozenhuis "Hoge Zieken" op een heuvel buiten de stad. Dit melaatsenhuis bleef ten minste tot 1637 in gebruikt; toen werd langs het nieuwe kanaal naar de IJzer een pesthuis opgericht. Bij "Hoge Zieken" hoorde een kapel, toegewijd aan de H.Maria-Magdalena, vandaar dat men het soms "Magdalene ten Hoghen Zieken" heette.

Op een tekening uit de Flandria illustrata van Sanderus, die dateert van omstreeks 1640 zien we het leprozenhuis met de oorspronkelijke kapel.


Het gesticht werd in de 17de eeuw omgebouwd tot een boerderij, waarvan de gebouwen zich tot tegen de kapel uitstrekten. De kapel bleef bewaard.

Op 30 januari 1677 lieten de voogden van het Leprozengesticht ten Hogen Zieken de parochianen van Sint-Jan toe deze kapel kosteloos te gebruiken tijdens het jubileum, dat op 1 februari begon, doch zonder daarom enig recht voor de toekomst te mogen eisen.

--------------------------------------------------------------------------------

Er werd nooit gevolg gegeven aan de bisschoppelijke brief van 1590 ter vereniging met Sint-Jacobs. In 1810 echter besliste Mgr. de Broglie, bisschop van Gent, beide parochies op 1 april te verenigen en moest een priester van Sint-Jacobs de dienst in Sint-Jan waarnemen.

Rond de kapel "Hoge Zieken" was ondertussen een dorp gegroeid, dat in 1827 een zelfstandige gemeente werd. In 1839 werd Sint-Jan zelfstandige parochie en de kapel werd tot parochiekerk verheven. De kapel werd door de kerkfabriek gehuurd.

Ze was echter te klein voor het aantal gelovigen en er moest bijgebouwd worden.

De voorwaarden gesteld door de eigenaars, de burgerlijke godshuyzen van Ieper, nu OCMW, waren niet zeer voordelig voor de parochie en daarom werd beslist de kapel te kopen.

Op 28 november 1846 werden de kapel en het kerkhof gekocht voor de som van 7 500 BEF waarvan 5 000 BEF afkomstig van giften.

De kapel werd vergroot in 1847.

In datzelfde jaar 1864 werd een nieuwe toren gebouwd. In 1892 diende onze kerk als achtergrond voor het schilderij van Louise De Hem met als onderwerp "Terugkeer van een processie in Vlaanderen".

In april 1915 werd de kerk vernield.

Dan komt de terugkeer in 1919 met het verhaal van pastoor Van Gheluwe. Er werd een noodkerk gebouwd, die regelmatig moest vergroot worden naarmate de bevolking aangroeide en die zelfs een torentje kreeg. De pastoor woonde in een barak naast de noodkerk.

E.H. Pastoor Van Gheluwe speelde een zeer grote rol in de wederopbouw van kerk en dorp.

Men had gedacht de fundamenten van de vernielde kerk te kunnen gebruiken, maar door de vele bominslagen was dit niet mogelijk. Aangezien men toch nieuwe grondvesten moest maken, werd een aanvraag gedaan om de kerk van richting te veranderen, zodat de toegang aan de grote weg zou liggen. Dat is ongewoon, want een kerk is altijd met het koor naar het oosten gericht. In Sint-Jan kan men dus voortgaande op de inplanting van de kerk, het noorden verliezen.

Op 23 oktober 1924 werd de kerk, waarvan de voordeur nog niet klaar was, met spoed gewijd, want de H.Missie zou binnen een paar dagen beginnen. Normaal gebeurt de wijding door de bisschop, maar aangezien er haast bij was, werd ze voorlopig gewijd door E.H.Deken Delaere.

In 1938 komt bisschop Lamiroy voor de officiële wijding.

Het interieur van de kerk werd ontworpen door de Heer Albert Van huffel, architect van de Basiliek van Koekelberg.

De gegevens over de kerk en parochie werden genomen uit het onuitgegeven werk "De Sint-Jansparochie 1200-2000 " van Jenny Vandenbulcke.

--------------------------------------------------------------------------------

Il y a 77 ans

Le sacrement de l'église St Jan aura 77 ans le 23 octobre 2001.
Un retour en arrière

12e siècle : âge d'or du commerce des draps à Ieper qui apporte du travail à la population croissante (jusqu'à 40000 habitants).

2e moitié du 12e siècle : 4 paroisses à l'extérieur des remparts : St-Michiel, St-Kruis, Brielen et St-Jan.

1er quart du 14e siècle : de nouvelles fortifications englobent ces 4 paroisses (ceinture de 7,6 km de long).

1383 : les 4 paroisses sont ravagées et incendiées par les anglais, aidés par les gantois, lors du siège d'Ieper.

Les paroisses furent ensuite reconstruites à l'exception de St-Michiel.

On parle pour la 1ère fois de la paroisse de St-Jan dans les années 1200.

Dans les années 1500, l'église se trouvait tout près de la Stoffelstraat où se trouvent maintenant les appartements 'de Hazewind'.

On peut voir le couvent des Carmélites sur ce dessin, construit après le siège d'Ieper.

L'église après 1564

1566 : pillage de la 1ère église paroissiale lors de la révolte iconoclaste.
Les paroissiens se rendirent alors à la chapelle Begynen (derrière le zuivelmarkt - aujourd'hui la Surmonstraat).

18/05/1590 : décision de réunir les paroisses St-Jan et St-Jacobs.

Désaccord des paroissiens qui se rendirent à la chapelle de l'asile des lépreux 'Les Grands Malades' (située sur la route de Brugge).

Comment est née cette chapelle ?

Avant 1168, présence d'une maison pour lépreux 'Ste Mariën Madelenen'.
Construction d'une nouvelle maison pour lépreux vers 1220 hors de la ville pour écarter cette maladie contagieuse du centre : 'Hoge Zieken' (Les Grands Malades).

Sur le dessin, on peut voir cette maison avec la chapelle d'origine.

Sceau de la maison de Dieu des Grands Malades en 1420.

17ème siècle : transformation de l'établissement en ferme, dont les bâtiments s'étendaient jusqu'à la chapelle. La chapelle fut conservée.

30 janvier 1677 : permission donnée par les tuteurs aux paroissiens d'utiliser gratuitement la chapelle lors des jubilés, sans pouvoir toutefois exiger de droit futur.

Naissance d'un village autour de la chapelle qui devînt en 1827 une commune indépendante. En 1839, la paroisse de St-Jan devînt indépendante et la chapelle fut élevée au rang d'église paroissiale.

Elle était vraiment trop petite pour un certain nombre de croyants, il était nécessaire de l'agrandir.

Les conditions proposées par les propriétaires n'étaient pas avantageuses pour la paroisse, c'est pourquoi on décida de vendre la chapelle.

28 novembre 1846 : vente de la chapelle et du cimetière pour la somme de 7 500 BEF dont 5000 BEF provenant de cadeaux.

1847 : agrandissement de la chapelle + construction d'une nouvelle tour.

1915 : église ravagée.

1919 : histoire du prêtre Van Gheluwe. Construction d'une église devant régulièrement s'agrandir au fur et à mesure de la croissance de la population. L'église fut même pourvue d'une petite tour. Le prêtre vivait dans une baraque près de l'église. Il joua un très grand rôle dans la reconstruction de l'église et du village.

23 octobre 1924 : sacrement hâtif de l'église par E.H. Deken Delaere.

1938 : sacrement officiel par l'évêque Lamiroy.

Intérieur de l'église d'après l'ébauche de Monsieur Albert Van Huffel, architecte de la Basilique de Koekelberg.

----------------------------------------------------------------------

De verering van de H. Bartholemeüs

De kapel van "Hoge Zieken" was aan de H.Maria-Magdalena gewijd. Deze patroonheilige werd niet aanroepen als noodhelper.

Vanaf 1390 werd er de H. BARTHOLOMEUS vereerd tegen huidziekten.

Reeds in 1920 stond er weer een beeld van de heilige in de noodkerk.

Vooral met de kermis kwam men op bedevaart en werden bedevaartsvaantjes verkocht. Nog altijd wordt de heilige in de parochiekerk van Sint-Jan aanroepen.

Le culte de St-Bartholemeüs

La chapelle des 'Grands Malades' était consacrée à St-Maria-Magdalena. On ne priait pas ce saint patron. A partir de 1390, on pria St-Bartholemeüs contre les maladies de peau. Une statue de ce saint fut placée dans l'église dès 1920. A l'occasion de la foire, on fait un pèlerinage et on vend des petits drapeaux. On prie encore toujours ce saint à la paroisse de St-Jan.

----------------------------------------------------------------------

Nieuwe kleurglasramen

Ingehuldigd op zondag 18 maart 2001.

De heer Jos Boudry, kunstenaar uit Avelgem, ontwierp en maakte voor de Sint-Janskerk twee prachtige kleurglasramen.

Vooraan in de kerk: Jan de Doper, man van water, vuur en geest.

Achteraan in de kerk: roosvenster met dezelfde kleuren: eucharistie, hostie

De gegevens over de kerk en parochie werden genomen uit het onuitgegeven werk "De Sint-Jansparochie 1200-2000 " van Jenny Vandenbulcke.


Deze informatie is afkomstig van de Gesubsidieerde Vrije Basisschool Sint-Jan Ieper