Deze kerk werd in een neogotische stijl gebouwd en maakte
deel uit van de Augustijnerabdij. Het is een typische hallenkerk.
Ze werd reeds vernoemd in 1119 en is herhaaldelijk verbouwd.
De zijkoren, het zuidertransept en de zijbeuken werden opgetrokken
tussen 1435 en 1496.

Treedt men binnen in deze kerk, dan wordt men getroffen door
een renaissanceweelde. Het oudste gedeelte dateert uit de
13de eeuw. De voorkerk, tussen de kruisbeuk en het priesterkoor,
werd door de Augustijnermonniken van de St.-Pietersabdij (1093-1797)
gebruikt als abdijkerk. In deze abdijkerk deed de middenbeuk
dienst als officiekoor, de noorderbeuk als abtskapel en de
achterkerk als parochiekerk. Het gehele gebouw werd door de
Geuzen in 1578 geplunderd en in 1580 door brand verwoest.
In de eerste helft van de 17de eeuw werd het in dezelfde stijl
herbouwd. De Franse Revolutie verjoeg de paters en de hele
kerk werd parochiekerk.

Een bezoek aan de St-Pieterskerk loont ongetwijfeld de moeite,
onder meer omwille van het prachtige kerkmeubilair (17e en
18e eeuw) : het hoogaltaar met barokretabel en het schilderij
"Christus aan het kruis tussen de moordenaars" van
de Antwerpenaar Jan Boeckhorst.


Verder de beelden van Sint-Augustinus, beschermheilige van
de orde, Sint-Jan-de-Doper, patroon van abt Jan Reynaerdt
(1638-1644) en Sint-Petrus, schutsheilige van kerk en stad.
Het barokke muurbeschot van het koor met tien hermeszuilen,
afgewisseld met spiraalzuilen, bloemen en loofwerk. Het linker
zijaltaar met fraaie eiken bas-reliëfs, met de vijftien
mysteriën van de rozenkrans, toegeschreven aan de Ieperling
Urbaan Taillebert en het drieluik "De Aanbidding der
Herders" door zijn stadsgenoot Jeremias Mittendorff.


Het rechter zijaltaar met het schilderij Sint-Rochus en de
pestlijders, door Vigor Boucquet uit Veurne.


Rechts naast het altaar in de muurnis, het kistje met het
gebeente van Willem van Lo (+ 1162). In het schip van de kerk
het koorgestoelte in Vlaams laat-renaissancestijl, door Urbaan
Taillebert die ook de kansel maakte.


In de linkerbeuk een mooie rococobiechtstoel en ertegenover,
in de rechterzijbeuk, een classicistische biechtstoel.

Rechts en links, midden in de kerk, het altaar van Onze-Lieve-Vrouw
van Troost, samengesteld in 1868 uit oude stukken van het
koorgestoelte en van de abtelijke troon, en het altaar van
Sint-Anna, uit een oud muurbeschot.




De marmeren doopvont van 1915 met gebeeldhouwd deksel van
17e eeuws lindehout, stelt de doop van Jezus in de Jordaan
voor.



Achteraan in de kerk staat de bank van de armenmeesters of
broodbank van 1626. De panelen werden door zeven schilderijen
vervangen : "De lichamelijke werken van barmhartigheid"
van Jacob Albert Senave (Lo 1755 - Parijs 1829).



Op het 17e eeuwse doksaal is de eiken orgelkast van 1714
en het orgel is van 1936-1937 en gebouwd door J. en P. Loncke
uit Esen naar een ontwerp van de benedictijn J. Kreps uit
Leuven.


De beelden uit de 17e-19e eeuw zijn talrijk aanwezig, onder
andere :
Er liggen verschillende grafplaten uit de 17e-18e eeuw. Er
is liturgisch zilverwerk uit de 17e-19e eeuw. Er zijn gewaden
uit de 16e, 17e en 18e eeuw en antependa uit 1698 en 1726.
De sacristie, met classicistisch eiken muurbeschot en kasten
behoort tot de mooiste van het land.

Cette église néogothique faisait partie de
l'abbaye augustienne. C'est une église-halle typique.
Elle fut déjà mentionnée en 1119 et fut
transformée à plusieurs reprises. La tour latérale,
le transept sud et les nefs latérales furent construits
entre 1435 et 1496. En entrant dans l'église, on est
impressioné par le luxe de la Renaissance. La partie
la plus ancienne date du 13ième siècle. Le devant
de l'église, entre le croisillon et le sanctuaire,
était utilisé comme église d'abbaye par
les moines augustiniens de l'abbaye St. Pierre (1093-1797).
Dans cette église d'abbaye, la nef centrale servait
de choeur d'office, le nef nord de chapelle pour l'abbé
et l'arrière de l'église d'église paroissale.
Tout le bâtiment fut pillé par les gueux en 1578
et détruit par le feu en 1580. Durant la première
moitié du 17ième siècle elle fut reconstruite
dans le même style. La Révolution française
chassa les pères et l'église entière
devint église paroissale.
Une visite de l'église St. Pierre vaut certainement
la peine à cause du mobilier et de l'ingénieux
bois sculpté.

This Neo-Gothic church was part of the Augustinian abbey.
It was a typical hall church. It was already mentioned in
1119 and it has been renovated several times. The side tower,
the south transept and the aisles were erected between 1435
and 1496.

When you enter the church, you are moved by the wealth of
renaissance. The oldest part of church goes back to the 13th
century. The front church, between the transept and the sanctuary
was used as abbey church by the Augustinians of the St. Peter's
Abbey (1093-1797). In the abbey church, the nave served as
office choir, the north aisle as abbot chapel and the back
church as parish church. In 1578 the beggars plundered the
entire building and in 1580 it was completely destroyed by
a fire. In the first half of the 17th century the building
was rebuilt in the same style. The French Revolution chased
the monks and the entire church became parish church.


A visit of the St Peter's Church is more than worthwhile,
especially because of the splendid furniture and the ingenious
wood carving.

De pastorij van 1782.
Diese Kirche im neugotischen Stil gehört zur Augustinerabtei.
Sie ist eine typische Hallenkirche. Sie wurde schon 1119 genannt
und mehrmals wurde angebaut. Der Seitenturm, der Südtransept
und die Seitenschiffe wurden zwischen 1435 und 1496 gebaut.
Wenn man diese Kirche betritt, wird man von dem Renaissancereichtum
beeindruckt. Der älteste Teil stammt aus dem 13. Jahrhundert.
Die Vorderkirche, zwischen dem Kreuzschiff und dem Altarraum,
wurde von den Augustinermönchen der St. Peterabtei (1090-1797)
als Abteikirche benutzt. In dieser Kirche diente das Mittelschiff
als Offiziumchor, das Nordschiff als Kapelle des Abtes, und
die Hinterkirche als Pfarrkirche. Das ganze Gebaüde wurde
1478 von den Geusen geplündert und 1580 von einem Feuer
vernichtet. Während der ersten Hälfte des 17. Jahrhunderts
wurde es im selben Stil wiederaufgebaut. Die Französische
revolution hat die Mönche verjagt und die ganze Kirche
wurde Pfarrkirche.
Ein Besuch der St. Peterkirche lohnt sich jedenfalls wegen
des fabelhaften Kirchenmobiliars und der besonders künstlichen
Holzschnitzerei.