Parochies > Kerkelijk patrimonium > >


 

 

Izenberge - Sint-Mildreda  : Sint-Mildredakerk (Izenberge)

Een typisch voorbeeld van laat-gotiek van de kuststreek - 16e en 17e eeuw - met een mooi laatromaans torentje met Normandische invloed uit de 12e eeuw. Het O.L.V.-koor is uit de 14e eeuw. Het binnenaanzicht is prachtig, dankzij het heldere daglicht dat vrij binnenvalt en de weelde van de barokke meubilering mooi laat uitkomen.


De kerk in 1955

De smaakvolle zijaltaren werden geplaatst ten tijde van pastoor Reyphins eerste helft van de 17e eeuw. In het O.L.Vrouwekoor links, een retabel met kersttafereel geschilderd door Vigor Boucquet omstreeks 1665.

Het schilderij in het retabel van het St.-Mildredakoor rechts, is uit de 18e eeuw een afkomstig van het verdwenen hoofdaltaar. Het vroegere schilderij, eigendom van de Broederschap van de gelovige zielen, 18e eeuw, hangt achteraan in de rechterbeuk.

J. Vosselle, schrijnwerker en houtsnijder te Winoksbergen, maakte de wandbeschotten van de beide zijkoren - 1777 - in dezelfde vroegere trant van het hoofdkoor. Met de resten van dit koor werd de monumentale kast in de sacristie gemaakt in 1972.

Het nieuwe wandbeschot in het hoofdkoor, in laat-renaissancestijl, werd geplaatst in 1968. De voorste biechtstoelen met aanpalend wandbeschot van Pieter Geldhof te Ieper - 1730 - en werden gemaakt in opdracht van pastoor van Kessel, waarvan de grafsteen achteraan in de kerk te zien is.
Het barokke gedeelte werd uitgevoerd door meester Adriaen Vanderheyden, op tekening van Louis Ramaut, allebei uit Duinkerken, in opdracht van pastoor Philippus Mortier in het jaar 1701.

Enkele fragmenten uit deze biechtstoel

De sierlijke preekstoel, ten jare 1761 geschonken aan de kerk door Pieter Gabriel Didier en Maria Catharina Kerckhove, zijn huisvrouw, is het werk van J. Roose uit Winoksbergen.

De vontetuin in Vlaamse renaissance is van omstreeks 1630, maar de vonte zelf werd gekapt door Jacobus Godfroy ten jare 1688 in opdracht van pastoor Lamour.

Het portaal is een van de mooiste exemplaren van onze kerkelijke kunst. Het geheel diende tot 1774 als afsluiting van het middenkoor. Een deel (laat-gotiek) dagtekent van voor 1500; het ander gedeelte (vroeg-renaissance) is van 1550. Het werd wel gedeeltelijk verminkt bij de overbrenging. Pastoor Gheerardijn, die de opdracht gaf tot zijn verplaatsing, heeft tegelijk Jean Baptist Avo uit Veurne belast met opmaken van het plan en de uitvoering van een "nieuwe Oxaal, met omloop of balustrade" in rococostijl. Het kwam klaar in 1780.

De schilderijtjes echter in die balustrade dagtekenen allemaal van 1612. De schilder is onbekend. Sommige van die meesterwerkjes dragen de naam van de schenkers : "Outerseune, Joannes Seye, Taetse junior, Abel Lamoot, Maliaert, Mestdach en Andries Jeurdich". De schilderijtjes zelf stellen de Christus Salvator en de twaalf apostelen voor. Vermoedelijk waren er oorspronkelijk zeventien schilderijtjes. Vier zouden verloren gegaan zijn.

Bernard Degryse uit Wervik kocht het orgel in het jaar 1816 voor de kerk van Izenberge aan Franciscus Verlez, herbergier te Westrozebeke. Die had het gekocht op een veiling van kerkelijke goederen aangeslagen ten tijde van de Franse Revolutie, met het voornemen om het in zijn herberg te plaatsen.

Dit gedeelte is vermoedelijk van omstreeks 1780. Dezelfde Degryse heeft het uitgebreid in 1823, terwijl Pieter Loncke uit Hoogstade, grondlegger van de firma J. Loncke, er in 1864 nog een trompet instak. Later werd er nog een gedeelte aan toegevoegd, afkomstig van het orgel in de kapel, A.J. Berger, 1774. Het orgel werd in 1969 gerestaureerd door de firma J. Loncke (volgens de formule van Berger).

Bemerk nog binnen de kerk, in de zijbeuken tegenaan het gewelf, de eigenaardige balkhoofden. Een ervan draagt het wapen van pastoor Zanequin die omstreeks 1600 de linkerbeuk liet aanbouwen.

Een mooie grafsteen en het graf van pastoor Reyphins, blootgelegd in 1972. Een leuk epitaaf van Joannes Frans Goudeseune, kerkmeester en brouwer, gestorven in 1754. De ijzeren paaskandelaber, naar Coulier ut Watou omstreeks 1780. De volkse beelden van de H. Donatus en H. Rochus, 18e eeuw.

Nisbeeld van de H. Mildreda, achteraan in de kerk, en het borstbeeld van de heilige op het altaar, allebei uit de 17e eeuw. De H. Mildreda is de patrones van de kerk.

De mooie canonborden, met de lijsten van de gewezen pastoors en kapelaans, zijn afkomstig uit de bedevaartkapel.
De glasramen in zij- en hoogkoor zijn van Ladon te Gent, anno 1903. In de sacristie een stel zilveren ampullen van zilversmid Pieter Vande Walle uit Ieper, anno 1684 door de familie Zanequin geschonken aan de kerk te Izenberge, en een zilveren wierookvat van Lenoir uit Ieper anno 1774. Mooie rode kazuifel uit de 18e eeuw.
Bij het verlaten van de kerk rechts, treft men de "kerktegel" aan van waarop eertijds allerhande mededelingen werden gedaan.

Eglise St-Mildred

C'est un exemple typique de style gothique-tardif dans la région côtière. Elle date des 16e et 17e siècles et possède un beau petit clocher dont le style a subi l'influence normande du 12e siècle. Le chœur Notre-Dame date du 14e siècle.

L'intérieur est magnifique grâce à la clarté de la lumière du jour et au luxueux mobilier baroque.

Les élégants autels latéraux datent de la 1ère moitié du 17e siècle.

Oeuvres :

  • Partie gauche du chœur Notre-Dame : retable avec peinture de Noël (Victor Boucquet - 1665) ;
  • Partie droite du chœur Mildred : retable du 18e siècle provenant de l'autel principal disparu.
  • Nouveau lambris dans le chœur principal (1968).
  • Premiers confessionnaux avec lambris avoisinant (1730) faits sur ordre du curé de Kessel.
  • Partie baroque ajoutée par le maître Adriaen Vanderheyden d'après l'ébauche de Louis Ramaut et sur ordre du curé Philippus Mortier (1701).
  • Chaire élégante (1761) offerte à l'église par Pieter Gabriel Didier et Maria Catharina Kerckhove. Œuvre de J. Roose de Winoksbergen.
  • Fonts baptismaux taillés par Jacobus Godfroy (1688) sur ordre du curé Lamour.
  • Le portail ferma le chœur principal jusqu'en 1774. Il fut en partie dénaturé lors de son déplacement ordonné par le curé Gheerardijn. Une nouvelle balustrade de style rococo y fut ajoutée en 1780 par Jean Baptist Avo de Veurne.
  • Bernard Degryse acheta l'orgue en 1816 pour l'église à l'aubergiste de Westrozebeke, Franciscus Verlez, qui lui-même l'avait acquis lors d'une vente aux enchères au temps de la Révolution Française.
  • A voir à l'intérieur de l'église, dans les nefs latérales, contre les voûtes : les mutules typiques. L'une d'entre-elles porte les armes du curé Zanequin (ajoutée aux environs de 1600 dans la nef occidentale).
  • Pierre tombale du curé Reyphins découverte en 1972.
  • Pierre tombale de Joannes Frans Goudeseune, maître de l'église et brasseur, décédé en 1974.
  • Chandeliers pascaux en fer (1780).
  • Statue de Mildred derrière l'église & buste de la Sainte sur l'autel (tous 2 datent du 17e siècle). Mildred est la sainte patronne de l'église.
  • Les plaques canoniques avec les listes des curés et des vicaires proviennent de la chapelle du pèlerinage.
  • Les vitraux & le chœur principal sont de Ladon, de Gent (1903).
  • Dans la Sacristie : série d'ampoules du joaillier-orfèvre Pieter Vande Walle d'Ieper (1684). Belles chasubles du 18e siècle.

A la sortie de l'église, à droite : 'dalle de l'église' où se faisaient autrefois les annonces de toutes sortes.