Geschiedenis
Acht eeuwen geleden, tussen 1230 en 1370, ontstond het gotische
kerkgebouw, dat hier tot 1914-1918 stond en waarvan de bouw
ongeveer 150 jaar duurde. De kerk is 102 meter hoog.

Daarvoor stond in deze omgeving een Romaanse kerk, waarschijnlijk
uit de 10e of 11e eeuw.
De rijkdom van de stad in de 13e eeuw zorgde voor een algemenen
opbloei, ook die van de kerkelijke architectuur. De bouw van
de Sint-Maartenskerk (1221) en de bouw van de Lakenhalle (rond
1250) moeten ongeveer gelijktijdig gezien worden.
We noteren dat in 1221 de eerste steen werd gelegd van het
vroeggotische koor met drieledige vensters in Scheldegotiek.
Na de dertiende eeuw stokte de bouwactiviteit, maar men ging
later door met de bouw van de kruisbeuken in hooggotiek.
De borstbeelden van de twee patroonheiligen van de kerk


Het kerkinterieur
Een algemeen binnenzicht in de kathedraal

In de 14e eeuw werd het middenschip in laatgotische stijl
opgericht en in 1370 bouwde men de westtoren. Die stortte
in 1433 in en werd vanaf 1435 wederopgebouwd. De toren was
klaar in 1475, maar zonder eigenlijke torenspits.
Een zicht op het koorgedeelte met neogotische koorafsluiting

Het kerkgebouw bleef zo tot aan de Eerste Wereldoorlog.
Na de verwoesting in de Eerste Wereldoorlog werd de kerk
op haar 13e - eeuwse fundamenten in haar huidige vorm heropgebouwd.
Het nieuwe gebouw is een bijna exacte reconstructie van het
vroegere gotische gebouw. Dit is te danken aan het feit dat
de in Ieper verblijvende architect Jules Coomans voor de Eerste
Wereldoorlog restauraties uitvoerde aan de kerk, zowel als
aan de Lakenhalle.
Een zicht op het doksaal en het orgel in de noordelijke dwarsbeuk

Bij zijn vlucht nam hij zijn plannen mee. Zo kon hij in 1918
de herbouw aanvangen op basis van zijn plannen en afmetingen
van voor 1914.
Hij bracht ook enkele neogotische accenten aan en de torenspits
werd hoger opgetrokken, een ingreep die reeds in 1907, bij
de planning van de restauratiewerken voorzien was.
Binnenin was er veel beeldhouwwerk, maar ook aan de buitenzijde
werd met veel beeldhouwwerk versierd. De kerk kent enkele
prachtige brandramen. Eén ervan is het mooie grote
roosvenster boven, het zuidportaal.
Een zicht op het roosvenster dat de gevel van de zuidelijke
dwarsbeuk beheerst.



Vooraan in de kathedraal ligt de grafsteen voor Robert van
Bethune, de "Leeuw van Vlaanderen".

In de zuidelijke zijkapel staat het altaar van het mirakelbeeld
van Onze- Lieve- Vrouw van Thuyne.


Rond het hoogkoor is een monumentale witstenen afsluiting
met smeedijzer versiering van Isidoor Blanquaert. Daarop staan
de wapenschilden van de 18 bisschoppen van het bisdom Ieper
van 1559 tot 1801.

De doopkapel

Het Heilig Hart

Het kruisaltaar + detail


De preekstoel

Het huidige schip.

Schip van de kathedraal in 1915.

Zuidportaal van de kathedraal

Het orgel
Anneessensorgel Sint-Maartenskathedraal

Een zicht op het doksaal en het orgel in de noordelijke dwarsbeuk
Klavier van het orgel (foto's Ludo Geloen)
Pedaal van het orgel

Pijpwerk uit het orgel.

Lapidarium / Le Lapidaire
Links, aan de noordzijde van de Sint-Maartens en Sint-Niklaaskathedraal,
ligt nog een ruïne van de oude Sint-Maartensproosdij.
Er zijn nog grafplaten zichtbaar, beschadigde sculpturen en
fragmenten van de in 1914-1918 vernielde St.-Maartenskerk.

Le lapidaire