De gotische Sint-Niklaaskerk is gelegen aan de Kiekenstraat.
De kerk is beschermd bij KB van 20/02/1939. Na de eerste wereldoorlog
werd het bedehuis naar het plan van de 14e eeuwse vroeggotische
kerk wederopgebouwd. Ook aan de 18e eeuwse torenspits werd
het oorspronkelijk uitzicht teruggegeven, onder leiding van
architect J. Viérin.

In mei 1940 kreeg de kerk nogmaals met verwoesting door brand
af te rekenen, zodat het huidig uitzicht van het gebouw het
resultaat is van de restauratie na 1945 onder leiding van
architecten Jozef en Luc Viérin.

Opgravingen rond 1920 en 1947 brachten romaanse en gotische
funderingen aan het licht. Het oorspronkelijk meubilair, onder
andere het doksaal (1536-42) door Jan Bertet, met houten deur
en geelkoperen spijlen (Jacob de Keyser, Brugge) en een borstwering
met Apostelbeelden (Urbain Taillebert, Ieper), uit 1596-1600
ging tijdens de verwoestingen grotendeels verloren. Ook de
kerkmeestersbank (1542), de sacramentstoren (1614), de laatrenaissance-doopvont
(1626), het koorgestoelte (U. Taillebertt, Ieper, ca. 1600),
de kansel (ca. 1630) en het orgel (1861) werden vernield.

Piëta in brons (1932) door Oscar Sinia
La pietà en bronze (1932) par Oscar Sinia
Huidig meubilair, onder andere :
In de toren is er een beiaard met 30 klokken.

Voor meer informatie over het orgel: klik hier.
Foto's : Luc Coene
Cette église, de style gothique, se trouve à
la Kiekenstraat. L'église est protégée
depuis la décision royale du 20/02/1939. Après
la 1ère Guerre Mondiale, la maison de prière
fut reconstruite selon les plans de l'ancienne église
gothique du 14ème siècle. L'aiguille du clocher
fut également rénovée, sous la direction
de l'architecte J. Viérin.
L'église fut incendiée en mai 1940. Les architectes
Jozef et Luc Viérin dirigèrent les travaux de
restauration en 1945.
Aux environs de 1920 et 1947, des fouilles archéologiques
firent apparaître des fondations romanes et gothiques.
Le mobilier d'origine fut en grande partie perdu lors des
destructions, entre-autres : le jubé (1536-42) fait
par Jan Bertet, pourvu d'une porte en bois et de barreaux
en laiton ; une balustrade avec les images des apôtres
(1596-1600).
Le banc du marguillier (1542), la tour des sacrements (1614),
les fonts-baptismaux (1626), les stalles (env. 1600), la chaire
(env. 1630) et l'orgue de Barbarie (1861) furent également
détruits.
Mobilier actuel, dont entre-autres :
Fonts-baptismaux (1932) par Oscar Sinia
Pietà en bronze (1932) par Oscar Sinia
Chemin de la Croix (env. 1930) en bronze par Joris Minne
Orgue de Barbarie par la firme Loncke
Un carillon avec 30 cloches se trouve à l'intérieur
de la tour.